Wilt U een pagina (artikel) of een foto,  willen kopiëren voor schoolverslagen - privé gebruik: neem dan even contact op.


Zilverbrakels    

 

Wanneer Kokje, in memoires over de Schans gewag maakt van drie boerderijen, dan zal dat omstreeks 1900 geweest zijn. En dat waren toen Jan. R. de Vries, begin Schans hoek binnenhaven; Jan Maaikes tegenover de R.K. kerk en Age Tjalma bij de spuisluis, eerder bewoond door gebroeders Blok. No. twee. is al spoedig afgebroken. Er kwam een nettenbaan met bovenwoningen voor Jan Pen. De andere twee, zowel Jan de Vries als gebroeders Blok, waren tevens veehandelaar en maakten het bedrijf dienstig aan hun handel. Alle vervoer van enige betekenis in die dagen,ging te water en daardoor ontstond in de Lemmer nog wel eens oponthoud. Men had wel vaste beurtdiensten toen nog zeiltractie, bijv. Leeuwarden-Lemmer-Amsterdam. Jarenlang is daarbij Cornelis de Boer uit de Pottebakkerssteeg vaste dekknecht geweest en kreeg daar, wanneer het schip in de sluis lag voor doorschutten, gelegenheid om even "halje-trawalje" een schoon hemd te halen. Zijn vrouw was dan meestal al gewaarschuwd.

Ook beurtschipper Hof van de Vissersburen had een vaste wekelijkse dienst (vrijdagmarkt) op Leeuwarden. Je kon bij hem alles bestellen,het kwam altijd goed. We hebben eens broedeieren voor een toom Zilverbrakels besteld en het kwam prompt in orde. Het waren wel niet allemaal Zilverbrakels, maar dat komt tegenwoordig elk gezin voor. Voor groot vee waren deze beurtschepen echter minder geschikt.
Anderzijds werd bij de mensen graag alles thuis bezorgd. Wanneer koopman Schöne-met-het-pak uit Heerenveen in de Lemmer neerstreek, dan werden het voor Ate de volgende week drukke dagen. Reeds bij het eerste brugje stond men naar hem uit te kijken en het was een ware ren om de wilgen. Ate had dan de handen vol aan zijn paard. Wie er niet lachte was manufacturier van Schoot. Door je eigen geloofsgenoten word je de das omgedaan was zijn opvatting.

Maar om op het veevervoer terug te komen voor over zee eiste dat bijzondere voorzorgen. Nu had de Lemmer met zijn moderne sluis en havenoutillage in 1886 reeds een zekere voorsprong gekregen en was het veevervoer met de Lemmer nachtboten daardoor belangrijk toegenomen. En zo werd ook geleidelijk aan de accommodatie van de boten zelf verbeterd; werd bijvoorbeeld de roerganger meer beschermd en de ijzeren stuurstang vervangen door een stuurrad. Het bezwaar bleek evenwel dat de roerganger dan niet meer kon zien welke stand het roer had en telkens over de achterplecht moest gaan kijken, wat soms tot risico's leidde..

Zo is het eens gebeurd, dat de boot daardoor uit het roer liep; of dat nu de enige oorzaak was (de afsluitdijk) was er toen, ook nog niet en er was dus nog eb en vloed het laat zich in de schemer van de historie niet allemaal meer duidelijk onderkennen, maar in elk geval raakte de boot zijn koers kwijt en  kwam op de "Marderhoek" terecht. Er was juist een belangrijke veelading aan boord, ook  bovendeks. Eén koebeest heeft de dijk naar Tacozijl weten te halen, maar het is daar de dood gestorven, ondanks de zorgen van Keizer die op Tacozijl woonde., Mond op-bek-beademing was toen nog niet bekend. Het probleem kwam toen om het dode dier naar Lemmer te vervoeren, maar in Takelzijl waren geen takels genoeg, om het kadaver op de wal te krijgen. Het kadaver is toen achter de ,Suup" aan naar de Lemmer vervoerd waar het officieel is vrijgegeven en een bekende slager van de Schulpen heeft de Achterommers nog lang goedkoop vlees bezorgd. De man zelf is later naar Amsterdam verhuisd en daar slager in het Panopticum geworden. En zo vroeg de nieuwe situatie op allerlei wijze aanpassing. Er was bijv. vroeger maar één "hoofd" en dat was van hout. Schaafsma, een zoon van notaris Schaafsma, de voorganger van notaris Spannenburg, in Utrecht heb ik de krant met hem gelezen, heeft wel eens verteld dat zij als jongens onder dit hoofd doorklommen tot aan het vuur toe.

Pietje-van-het-hoofd"was het laatste "houten" huis, naast het  perceel van de familie Klaaszens. De laatste bewoner boven Pietje, voordat het huis voor. het tramstation moest wijken,was. een familie, waarvan de naam ook nu nog op vele lippen ligt: Schirm.  Dat veranderde allemaal; de grotere diepgang van de nieuwe haven maakte 't nodig de havenmond verder in zee te brengen, met enerzijds de lagere oostelijke dam en anderzijds de grote "daem", waarop later halverwege de vuurtoren met het ,,grote" vuur geplaatst is. De eerste opstelling achter de vroegere bouwkeet van de havenwerken (later woning opzichter Dingemans) aan de Nieuwedijk, voldeed blijkbaar niet. Ondanks dat alles' bracht ook de nieuwe situatie nog wel eens moeilijkheden. Het is gebeurd met een loeiende november storm - van de, Afsluitdijk was nog geen sprake - dat het water tot een ongekend hoog peil opwoei, zo zelfs dat de kline oostelijke dam er finaal űnderstrűpte. Het was echt "min waer op 'e Lemmer.

Roukema, die de drie lichten verzorgde, liep zelfs grote risico's. Laat nu een vreemde schipper, ik meen een Arnemuider, misleid door de hoge waterstand en met heel slecht zicht, proberen de haven binnen, te lopen langs het grote vuur. De man had nog geluk ook, een grote zee nam de boot, een vergrote Staverse jol, op en zette die prompt weer neer tegen het hek van de vuurtoren

 

Zilverbrakels  

Home