Historie

Friesland

Lemmer

 

Welkom bij Spanvis.

 

Wie zoekt Wie

Zoekfoto

Genealogie

 


 

 

Dr. G. A. Wumkes - Stads- en dorpskroniek van Friesland.

 

 

 
 
1703 15 maart

 

 

 

 

Octrooi verleend aan den Hr. Andringa om een veerdienst aan te leggen van Lemmer op Zwolle.

Het oudst bekende veer dateert uit 1709,toen de Staten van Friesland aan Albert Hannes octrooi (vergunning) verleenden om een veerdienst tussen Lemmer en Amsterdam te onderhouden. Een jaar later wordt dit nog eens bekrachtigd en dan blijkt dat hij tevens op Muiden en Zeeberg vaart. Daarnaast bestonden er veerdiensten van Lemmer op Kampen van Lemmer op Leeuwarden. In het midden van de achttiende eeuw waren deze in handen van van Regnerus van Andringa, de grietman van Lemsterland (1674-1754). Hij bewoonde „Andringastnte" te Lemmer, van hem is bekend dat hij de handel en nijverheid in zijn woonplaats sterk bevorderde.

 

 

1838: Staat van de opbrengsten van de veren van Lemmer op Amsterdam, op Groningen, op Leeuwarden en op Strobosch.

 

1703 8 december
 

 

Een orkaan breekt den Wouddijk bij Slijkenburg, Lemmer en Tacozijl tot de fondamenten door.

 

De Stormvloed van 1703 was een gevolg van een storm die tussen 7 en 9 december 1703 passeerde. De ramp had duizenden slachtoffers tot gevolg. Er zijn geen windmetingen beschikbaar maar wel een schat aan verslagen en dagboeken die er geen misverstand over laten bestaan dat het bittere ernst was. De verpletterende storm, zoals die wordt omschreven, bereikte in de nacht zijn hoogtepunt en leidde niet alleen tot enorme schade, maar ook tot tal van dijkdoorbraken.

 

In Friesland brak een dijk door, terwijl 23 grote schepen van Hindelopen van hun ankers sloegen en afdreven tot aan de kust van Wonseradeel, van Surigeroord af tot Ferwoude toe waar ze uiteindelijk strandden (Van der Aa, 1844, deel V). Er ontstond een juridische twist met de substituut Grietman van Wonseradeel, die volgens het strandrecht een tiende der schepen opeiste. De schippers van Hindelopen besloten hun schepen in de winter in Amsterdam onder te brengen. In oktober 1701 en december 1703 waren er twee zware stormen in Friesland, die de Wouddijken deden bezwijken.
Daardoor kwam het zuidelijke gedeelte zo erg onder water te staan, dat het land tot in juli door het zeewater bedekt bleef. Het vee moest daardoor op stal blijven staan. De dijk voor het Oostzimger-Veld die was doorgebroken, werd daarna verlegd, terwijl de Statendijk werd opgehoogd (Van Leeuwen 1826; Eekhoff 1851).

 

www.historischcentrumoverijssel.nl

 

1703

25 december

 

 

Een sergeant met 36 soldaten naar Lemmer gezonden om aan de gehavende zeedijken te werken.

 

 

1710

13 december

 

 

Octrooi verleend aan Albert Hanzes tot oprichting van een veer van Lemmer op Amsterdam.

Op 13 december 1710 werd aan Albert Hanzes octrooi verleend voor een veer op Amsterdam. Dat was toen natuurlijk een zeilschip.
Spoedig begon ook de concurrentie, want op 18 mei 1758 procedeerde de Lemster beurtman met zijn collega uit Nijesyl/Ylst, die uit Amsterdam twee passagiers voor Balk had meegenomen, hetgeen de Lemster ondernemer als zijn taak zag, omdat de reizigers in Lemmer waren uitgestapt.

 

 

Dat er al geregelde diensten vanuit De Lemmer op Amsterdam werden gevaren, blijkt uit dit bericht in de Leeuwarder Courant van 7 december 1757:

 

 

1715 3 oktober
 

 

Beroep goedgekeurd van Ds. Hermannus Phocilides te Lemmer, die daar zijn dienst in de oude kerk (De kerk der Ned. Hervormde gemeente) aanvaardt met Col. 4: 3. 4. In het volgend jaar wordt de kerk afgebroken en een nieuwe met toren gebouwd, die hij inwijdde met Jes. 2: 3. Na 50 dienstjaren, waarvan 8 te Oosterzee. doet hij 7 Nov. 1757 afscheid met 2 Cor. 13: 11.

Hermannus Phocilides, beroepen van Oosterzee, waar hij acht jaren dienst had. Te Lemmer ca. heeft hij nog 42 dienstjaren gehad. Is daarna emeritus geworden en heeft afscheid genomen van de gemeente met den zegenwensen van Paulus 2 Cor. 13, den 7 Sept. 1757. Hij is in 1765 te Lemmer overleden oud ruim 80 jaren. Een zijner zonen is vele jaren schoolmeester geweest te Lemmer.

Eertijds kwamen ook in deze kerk ramen met gebrandschilderde, in lood gevatte ruitjes voor. Een er van, dat onlangs een plaats in het Friesch Museum van Oudheden te Leeuwarden kreeg, geeft de volgende opschriften te zien:

Deze gemeente bestaat uit de combinatie de Lemmer, Follega en Eesterga: tot in het jaar 1665 bevond de pastorie zich te Eesterga daarna te de Lemmer. Van de 24 Predikanten, welke haar tot heden bediend hebben, was de eerste de Lemster vicarius Johannes Lemmarus, klaarblijkelijk aldus genoemd naar de Lemmer. Wegens geloofsvervolging moest hij in 1567 vluchten, en had omstreeks 1597 tot opvolger den Balkster predikant Lambertus Levini Levink, die in 1620 te Eesterga overleed. Na dezen volgden een vijftal geboren Friezen, n.l. in 1620 Wilco Hermanni Somer of van Someren, geb. te Leeuwarden; in 1629 Schultetus Everhardi, geb. te Bolsward; in 1649 Pybo Johannes Nauta, geb. te Franeker; in 1657 Henricus Daversman, geb. te Sneek, en in 1666 Aegidius Broersma, eveneens te Sneek geboren. Deze betrok voor het eerst de pastorie te de Lemmer, nadat Daversman begin September 1665 op die te Eesterga overleden was.
Op Broersma volgden in 1670 Isaac Lydius en 10 jaren later Rudolphus Noordbeek. Na deze volgden weer twee Friezen, n.l. in 1685 Ciricus Robijnsma, gehuwd met Teatske Tania, en in 1715 Hermannus Phocylides (= Fokkes), gehuwd met Aafke Riemersma.

 

 

1726

26 maart

 

 

Allard van Burum, grietman van Ferwerderadeel, verkoopt aan Regnerus Andringa. grietman van Lemsterland, vor 725 car. gl. 141/2 pondem. lands onder Lemmer.

 

 

1736

22 februari

 

 

Regnerus v. Andringa, grietman van Lemsterland, te Lemmer verkoopt te Welsrijp 6 pondem. greidland voor 342 goudgl. Vier pondem. liggend in stoppel en greide onder Nes (W.D.) verkocht voor 217 car. gl.

 

 

1740

5 maart

 

 

Octrooi verleend aan de chirurgijns te Leeuwarden tot het oprichten van een gilde (vereniging), aan de schippers van Lemmer op Stroobos, aan de kleermakers te Harlingen.

 

 

1740

2 april

 

 

Octrooi verleend aan de kerkvoogden te Lemmer op een wagenveer Leeuwarden, Groningen, Heerenveen, e.a.

In 1740 werd octrooi verleend aan de kerkvoogden van Lemmer op een wagenveer Groningen, Heerenveen, e.a. en daarna ook op Leeuwarden. En zo waren er meer verbindingen, ook van Lemmer naar Amsterdam, waarmee o.a. brieven werden vervoerd, zonder dat men kon spreken van een vaste postverbinding.

Tot kort voor de oprichting van een rijdende post over land in 1663 waren de postverbindingen tussen Friesland en Holland hoofdzakelijk mogelijk per schipper over de Zuiderzee, zowel voor regeringsbrieven als particuliere post. Er kon daarbij o.a. gebruik gemaakt worden van een wagenveer van Groningen op de Lemmer. Volgens aantekeningen uit 1731 liep dit wagenveer toen van Groningen over Donkerbroek, De Punt, Norg, Veenhuizen, Neyehorne, Schoot, Heerenveen, Ter Heide en Oosterzee naar Lemmer.


Uit het Charterboek van 23 mei 1663, deel V, blijkt, dat de verbinding per schipper over de Zuiderzee niet altijd even betrouwbaar was. De bezwaren waren 'alsoo meenigmael bij stelte, contrari wint en onweer, doch meest bij winterstijt, wanneer de Zuyderzee bevroren is, de brieven en pacquetten van hier op Hollant, en de wederom van daert herrewaerts seer langsaem overkoen, jac soodanigh, dat en in 't inste geen staet op deselve kan maecken, 't welck niet alleen in streckende tot groot ongerijff van de correspondentie van den algemenen staet, maar oock van perticulieren, soo coopluyden als anderen.

 

 

1740

1 december

 

 

K. Sannes heeft in kleuren geteekend een gezicht van den zeedijk tusschen Oosterbierum en Sexbierum, en van de Lemmer, in O.-I. inkt. (Fr. Museum).

 

 

1747

7 januari

 

 

Van Sloten vertrekken vijf Zwitsersche garnizoenssoldaten met de Lemmer-beurtman op Amsterdam, vermoedelijk om te deserteren, een week daarna worden zij door 5 anderen uit Leeuwarden vervangen.

 

Dat ze vertrokken, mag niet zo verwonderlijk genoemd worden als men het bericht leest van 31 december: In 1746 zijn te Leeuwarden gedoopt 301 kinderen, getrouwd 271 paren, en gestorven 115 menschen, waaronder vele Zwitsers, die er garnizoen houden.

 

 

1747

10 april

 

 

Stadhouder Willem IV houdt op zijn doorreis van Leeuwarden naar Lemmer, met zijn gemalin én princes Carolina, het middagmaal op Heerema-state te Joure, waar Jhr. Vegelin 14 eerepoorten had doen oprichten.

Karel Hendrik Friso (Willem IV) is in Leeuwarden geboren. Hij was een ontwikkeld en beminnelijk man maar had conservatieve opvattingen.

Willem IV werd in mei 1747 uitgeroepen tot stadhouder van alle gewesten en werd het stadhouderschap tevens erfelijk verklaard. Hij verkreeg grotere macht dan zijn voorgangers.
Na een slepende ziekte stierf Willem IV in 1751. Zijn driejarig zoontje volgde hem op. Zijn moeder, prinses Anna, werd regentes, bijgestaan door de Oostenrijkse hertog van Brunswijk-Wolffenbüttel, Willem Bentinck en de Hollandse raadpensionaris Pieter Steyn. Na de dood van prinses Anna in 1759 werd de hertog Brunswijk als voogd aangesteld, tot Willem V in 1766 meerderjarig werd.

 

 

1760

20 maart

 

 

In de haven van Lemmer en op de reede liggen 31 koffen, galjoten e.a. zeeschepen, waarvan 15 bestemd naar Frankrijk.

 

Mackum, door Prof. Muller in "Onze gouden eeuw" wordt de haven van Bolsward genoemd, welk vlek in dezen tijd zijne kalkbranderijen tot op nagenoeg de helft van vroeger zag ingekrompen, vond in een bloeienden handel van recht en krom, timmerhout een nieuwe bron van welvaart geopend, welk ook de zeevaart dier plaats ten goede kwam. Zooniet tot de opkomst, dan toch tot den bloei der zeevaart van de Lemmer, heeft ook de oorlog van 1756 v.v. veel bijgedragen, daar de reederijen er
toen buitengewoon bloeiden. Als een staaltje der bedrijvigheid, die er toen heerschte, heb ik hier maar alleen aan te halen, dat er o.a. den 20 Maart 1760, in de haven en op de reede niet minder dan 31 koffen, galjoten en andere zeeschepen lagen, waarvan 15 gereed om naar Frankrijk uit te zeilen.

 

N.l. Tyle Elias Tyleman.
Bartle Fred. Stumer.
Heere Symensz.
Gabriel Witteveen.
Solke Martensz.
Sybe Meindertsz (kof "Juffrou Blok"?).
Lammert Gossesz.
Lupke Wybesz (van de Lemmer, voer voor C. Witteveen aldaar).
Hette Pieters (van de Lemmer).
Hans Piers.
Jacob Hommes,
en nog vier anderen.

 

De overige 16 waren:


Haring Cornelis de Koe (van Woudsend).
Marten Harings de Koe (van Woudsend).
Sytze Koenesz (voer voor 't kantoor Corn. Witteveen aldaar).
Syger Syboltsz (id. 1772 voor Homme Ates te Heerenveen).
IJsbrand Thomasz.
Rienk Feikesz.
Jan Abrahamsz (van Oudega).
Anske Theunisz (van de Lemmer).
Anne Ulbesz.
Gauke Gerbrandtsz.
Jan Oenekesz.
Anne Rommertsz (van Heerenveen).
Albert Nannesz.
Michiel Rindertz
Jan Sjoerdsz (v. Heerenveen).
Douwe Klasesz (id.).
 

 

1761

30 mei

 

 

Hendrik Meijer laat tweemaal per week van Leeuwarden- op Lemmer, Woensdags om 11 en Zaterdags om 12 uur en van de Lemmer. Dinsdags en Zondags, een postwagen rijden, eer de schepen van Amsterdam aan zijn. De loodjes te halen bij bijzitter Bekama te Lemmer en te Leeuwarden bij Pieter Jacobs, herbergier in 't Wagentje, waar de postwagen ook afrijdt en te Lemmer bij Tomas in de Wildeman, vracht ƒ 1.60 per persoon. Verschenen Deductie van Jhr. O. Z. v. Haren, grietman van Stellingwerf (W.), ter zijner noodwendige zuiveringe van de lasterlijke gerugten en imputatiën tegen hem ingebragt, prijs ƒ 2.—.

 

In de 18de eeuw kon men al vanuit De Lemmer, in aansluiting op de beurtman uit Amsterdam verder Friesland in reizen. Op 2 april 1740 werd bijvoorbeeld octrooi verleend aan de kerkvoogden van De Lemmer voor de exploitatie van een "wagenveer" naar Heerenveen, Leeuwarden en zelfs Groningen. In mei 1761 startte Hendrik Meijer, afkomstig uit Balk, waar hij in 1760 was getrouwd met Trijntje Jans, eveneens uit Balk, vanuit De Lemmer tweemaal per week met een postwagendienst op Leeuwarden. En op 6 april 1804 werd begonnen met de exploitatie van een postwagendienst tussen De Lemmer en Joure.

 

 

1766

27 januari

 

 

Verkocht ten huize van Claas Meinardi in het Heerenlogement te Lemmer 1/16 in een Lootsschuit.

 

1767

Uit het aanteekenboekje van Jan Popes, „out 21 jaar, woonagtig tot Beetsterzwaag" die zoo het een en ander heeft gememoreerd uit den tijd van omstreeks 1750

 

 

In den Nieuwjaarsnacht van 1767 was het een noodweer met donder en bliksem. De rogmolen te Stavoren werd door den bliksem getroffen en brandde af; het veerschip Lemmer—Amsterdam verongelukte met 17 passagiers; ook een kofschip verging met man en muis achter de Horst bij Tessel.

 

 

1768

20 april

 

 

Boereboelgoed op de de boereplaats in de Lemmer, eigendom van grietman D. L. de Kempenaar. Boelgoed van bibliotheek, clavecimbel, schilderijen en een dubbel clavecordium op een veer, alles van wijlen H. L. Lolkama, schrijver der boelgoederen te Leeuwarden.

 

Bij een boerenboelgoed wordt niet alleen de huishoudelijke inboedel, maar ook het vee, het boerengereedschap, het aanwezige hooi en de ongedorschte in of bij de schuur opgetaste granen enz. verkocht. Zulk een boelgoed had vroeger nog meer dan thans veel van een feest, vooral wanneer 't voorkwam in of nabij een klein dorp.

 

 

1771

7 november

 

 

Lemmer krijgt een Donderdagsmarkt in boter en andere waren.

 

1773

24 april

 

 

Verkoop der herberg 't Rad van Avontuur te Lemmer, hospita wed. Claas Ulbes.

  23 juli
   

Des morgens 5 uur kan men het jacht waarmede de stadhouder Willem V de Zuiderzee oversteekt uit de verte in de Lemmer zien aankomen, vergezeld van een menigte visschersschuiten, alle van prinsevlaggen voorzien. Z. Hoogheid gaat te 7 uur aan wal, geeft dan audiëntie aan den grietman van Lemsterland, Regnerus Livius Andringa de Kempenaer en den kerkeraad, waarbij ds. G. van Bleiswijck een aanspraak houdt. De jonge Remmer Falkama draagt een vers voor. Zes eereboogen zijn opgericht. Te halfnegen vertrek naar het lusthuis te Oranjewoud. Tusschen 11 en 12 uur passeert de prins te Heerenveen. Te Oranjewoud gaat hij na een korte maaltijd een wandeling van 4 uur doen in bosschen en tuinen, onder geleide van een zeer groot aantal menschen, van wie hij 's avonds te 8 uur afscheid neemt.

 

Vermeld zij, dat Stadhouder Willem V in 1773 in het Grietmanshuis heeft vertoefd en Koning Willem II in 1846. A. E. Klijnsma schrijft hieromtrent in "Lemsterlân. In kuijerke troch it forline", uitgave 1975, op blz. 104 - 106 het volgende: Foarstlike bisiken 1773, 23 july Steedhâlder Willem V komt de moarns om 7 ûre mei synjacht yn de Lemmer oan. Hy ûntfangt ynwenners oan hûs fan grytman Regnerus Livius van Andringa. De tserkerie is oanwêzich en ds. Van Bleiswijk häldt  in taspraek. De boargerij hat seis eare bôgen oprjochte en om hèalwei njoggenen wurdt ôfreizge nei Oranjewâld.

 

De Schulpen in Lemmer, rechts het Grietmanhuis waar Regnerus van Andringa woonde, op de achtergrond 'De Wildeman'

 

 

1774

Uit het aanteekenboekje van Jan Popes, „out 21 jaar, woonagtig tot Beetsterzwaag" die zoo het een en ander heeft gememoreerd uit den tijd van omstreeks 1750

 

In den winter van 1774 was het hoog water. Den 24 Febr. met stormweer sloeg het water over de dijken en vele polders liepen vol.

Den 20, 27 en 28 Mei was het zulk koud, nat weer, dat in onze provincie vele schapen en koebeesten bezweken. We konden dat jaar, tengevolge van het hooge water en het natte weer, pas den 27 Juni beginnen te maaien. Daarentegen was om Nieuw-Allerheiligen (1 Nov.), wegens langdurige droogte en een aanhoudenden Oostewind, het water zoo laag,
als men het zelfs in den zomer bijna nooit te voren had gekend. Ook de schrijver heeft de sterfte onder zijn vee gehad. Hij heeft in December 1774 niet minder dan 25 stuks vee verloren. Over 't geheel was toen de veesterfte zeer groot in onze provincie. In 1775, in 't begin des jaars, zijn de nieuwe psalmen in gebruik genomen. Dat jaar had een drogen en vruchtbaren zomer, zoodat de vruchtboomen tot tweemaal toe vruchten hebben gedragen, doch de tweede vrucht is niet rijp geworden.

Den 14 Nov. van dat jaar heeft een vreeselijke storm gewoed. Bij Workum had bijna een doorbraak van den zeedijk plaats. Het benedenland van Heusden en Altona werd geheel overstroomd, alsmede de omtrek van Zwolle. De sterfte onder het vee was wederom groot. 1776 bracht weer een strengen winter. In Januari kon weer de reis met paard en arreslee over de Zuiderzee worden gedaan. Den 4en Febr. 1776 hebben we voor de eerste maal de nieuwe psalmen te Akkrum in de Vermaning gezongen. 20 en 21 Nov. heeft het zoo hevig gestormd, dat bij Workum een gat van wel 100 voeten breed in den zeedijk sloeg. Ook bij Harllngen sloeg het zeewater over den dijk en overstroomde de stad. Er spoelden gaten van meer dan vier voet diep uit de straten en aan den lagen kant stond het water wel vier voet hoog In de huizen. Ook de Lemmer liep onder en van den Lindedijk spoelde een groot gedeelte weg en 't land daar werd overstroomd. Toen is het water bij ons te Haskerdijken en op vele plaatsen fn Friesland zeer zout geweest. In de provfneién Overijsel, Gelderland en Holland hadden eveneens vele overstroomingen plaats.

 

 

1775

13 december

 

 

Uitgegeven bij Dirk v. d. Sluis, boekdrukker te Franeker: Nauwkeurige beschrijving van de vreeselijke storm en ongemeene watervloed van 14 en 15 Nov. 1775, waarbij de verwoestingen en ongelukken o.a. op Schiermonnikoog, Workum, Lemmer en Harlingen.

 

Lemmer, den 19en November. 's Nagts tusschen den 14 en 15 deezen, hebben wij alhier met den Storm uit don Noordwesten zo een volle Zee gehad, dat 't water bij Menschen geheugen alhier zo hoog niet is geweest, het heeft 74 duimen boven de Peil gestaan, verschelde Inwoners van deze plaatse hebben 't water 3 en een tweede voet in hunne woningen gehad, waar door men genoodzaakt is geweest met haar Vrouw en Kinderen meest naakt uitdezelve te redden, in het Chergers Huisje op de Haven heeft het water 17 duimen hoog gestaan, de Zeedijk bewesten deze Haven heeft op verscheidene plaatzen in groot gevaar geweest om door te breken, waardoor hier alles in de grootste Consternatie was; egter zijn wij door de goede Orders en door de vigelantie der Ingezetenen met het spoedig aanbrengen van Zeilen, Steenen. Stroo, Planken, Masten en andere Materialen om de reeds wegscheurende Dijken te stoppen, door Gods hulpe voor Innundatie bevrijd en in het zogenaamde Omland beoosten deze Haven alwaar drie Boersplaatzen staan, heeft 't Water 10 a 11 voeten hoog geweest, waardoor deze Menschen hun Vee meest in het Water zijn versmoord; en hebben zelfs hun Leven op 't Hooy moeten salveeren. De eilanden Wieringen Marken, Urk en Schokland werden geheel overspoeld.

 

 

1776

21 november

 

 

Doorbraak van den zeedijk van 't Workumer Nieuwland, alsmede aan de Duniagakolk bij de Lemmer. Ook de binnendijkslanden op Schiermonnikoog zijn ondergeloopen.

Een orkaan teisterde in 1776 onze kusten: Uit Lemmer kwam het bericht: — Wy hebben heden alhier een Akelyke dag beleefd; de Storm, die reeds eenige dagen geduurt had, verhefte zig gisteren avond geweldig waardoor het Zeewater tot zoo een aanmerkelyke hoogte is gestegen, dat de oudste Lieden zulks niet hebben beleefd. Door de ysselyke Orcaan steeg het Water zoo hoog, dat de gemeene Straten en Wegen met Schepen worden bevaren, zoo dat het vlugten van de Ingezetenen algemeen wordt. Wy vreezen voor allerbeklaaglykste tydingen van de Boeren ten platten Lande te zullen hooren. De grootheid der Consternatie is onbeschryflyk.

En:

Grooter onheil bracht de stormvloed van 21 November 1776 te weeg. Toen stond op de Lemmer het water in de straten 15 palmen hoog, en steeg de vloed tot 2.03 el boven peil. Beoosten de plaats scheurden drie gaten in den dijk, doch met mannemacht werd ze voor doorbraak bewaard. In Eesterga en Follega moesten de boeren met hun vee vluchten voor den drang van het water, dat uit Weststellingwerf kwam aanvloeien.

 

 

1780

18 maart

 

 

Een jongeling van goed gedrag, bekwaam in den kerkendienst, geneegen om als ondermeester zig te engageeren, addresseere zig bij den schoolmeester R. van den Berg *, in de Lemmer.

*Rijk van den Berg, die hier op 14 dec. 1777 trouwde met Hendrikje Hommes, “beide van Lemmer”. In maart 1780 vroeg hij in de Leeuwarder Courant een ondermeester, ook bekwaam in de kerkdienst. Hij stond in 1783 nog aan het hoofd van de school; hij was tevens koster en voorzanger.  Volgens de Leeuwarder Courant was de school in aug. 1796 vacant. In het najaar van 1796 kwam mr. Nicolaas Koopmans van Holwerd. Hij is op 8 juli 1798 te Lemmer als jongeman getrouwd met Freerkje Kleinhouwer, jongedochter, beiden van Lemmer. Meester Koopmans heeft hier gestaan tot 1845, toen hij gepensioneerd werd. Ondertussen was in 1802 Rijk van den Berg, te Lemmer als tweede schoolmeester aangesteld. Hij trouwde in 1815 met Jantje J. Doedes. Hij bediende deze functie tot aan zijn dood op 13 sept. 1827; hij was toen 74½ jaar oud.

*Onderwijzer in de bijzondere school van R. van den Berg, op de Lemmer, is na een voorafgaand examen, hetwelk door N. Koopmans, Schoolonderwijzer op de Lemmer, afgenomen werd, alhier door Baljuw, benevens het Gemeente-bestuur en Gecommitteerden uit de Floreenpligtigen beroepen J. A. Visser. (Juni 1808). Deze Jacob Annes Visser, was voor zijn benoeming te Oosterzee 's winters ondermeester bij Rijk van den Berg te Lemmer, terwijl hij 's zomers te Eesterga, de zomerschool bediende. Hij was een flinke kerel zeer gezien bij Schoolopziener H.W. C. A. Visser, die meermalen de autoriteiten opmerkzaam maakte, dat "J. A. Visser zeer verhooging verdient", zonder evenwel het gewenschte resultaat.

 

 

1785

16, 17 september

 

 

De gemalin van stadhouder Willem V arriveert met haar 3 kinderen te Lemmer, zij soupeeren 's avonds aldaar bij den grietman R. L. A. de Kempenaer. Na 's nachts op de jachten te hebben geslapen, vertrekken zij naar Staveren, waar de burgerij voor 't stadhuis in de wapenen paradeert. Na de audiëntie heeft de maaltijd plaats ten huize van Jr. C. de Bigot. Vandaar gaat het naar Workum, waar de vorstelijke familie wordt ontvangen door Prof. P. Camper. Te Hindeloopen paradeert het exercitie-genootschap en is er receptie bij den heer A. van Loon. Vandaar komt men te Bolsward, waar na de parade der burgerij op het stadhuis ten stadhuize een collation wordt aangeboden. De regen heeft inmiddels de wegen zoo onbruikbaar gemaakt, dat de reis per jacht wordt voortgezet, en men 's avonds 11 uur op het Schavernek te Leeuwarden aankomt. Jan Doedes te Hindeloopen roept met veel drift en toorn: Oranje boven, en wordt deswege tot een jaar tuchthuisstraf veroordeeld.

In september 1785 werd Willem V gedwongen Den Haag te verlaten, toen daar rellen waren ontstaan. De stadhouder was ten einde raad en dreigde al zijn functies op te geven. Blijkbaar wist zij (zijn vrouw Wilhelmina van Pruisen) hem te overreden niet op te geven. Wilhelmina reisde met haar kinderen per boot naar Friesland om op tijd aanwezig te zijn bij de viering van het 200-jarig bestaan van de Hogeschool van Franeker, maar ook om steun te zoeken bij de Friese adel en gedeputeerden, die inmiddels ook konden constateren dat de zaak uit de hand dreigde te lopen. De stadhouder kwam twee weken later in Friesland aan.

Wilhelmina van Pruisen.

van Beyma, de grietenijsecretaris, notaris en veilingmeester, afgevaardigde en gedeputeerde in de Friese Staten, voorman van de Friese patriotten, was van mening dat de ideale aristo-democratie verworden was tot een oligarchie. De Friese Staten raakten steeds meer verdeeld, toen de stadhouderlijke familie in september 1785 Den Haag had verlaten en de gewesten afreisde om steun te zoeken.

En waar Bernardus Jelgerhuis, via Bolsward naar Lemmer reisde, om te verhinderen dat de troepen van de Pruisische koning Frederik Willem II vanuit Wesel Friesland zouden binnenvallen. Op 13 september kwamen de manschappen daar aan.Albertus liet vervolgens in Sloten de bruggen ophalen, de stadspoorten en -bomen sluiten en de vroedschap bijeenkomen. Hij maakte zich meester van 11 kanonnen die hij meenam naar Lemmer.

Bij nadering van de Pruisische troepen raakte Van Beyma in paniek en dreigde op 18 september de dijken bij Lemmer door te steken. Toen op zondagmiddag 23 september 1787 - na de kerkdienst - duidelijk was dat er onvoldoende steun van de bevolking was, de financiële middelen beperkt waren, Frankrijk niet te hulp zou komen, werd de patriotten in Friesland aangeraden te vluchten

Court Lambertus van Beyma.

 

 

1785

6 oktober

 

 

Stadhouder Willem V komt te Lemmer aan en begeeft zich naar Leeuwarden.

 

In 1784, 1785 en 1786 hebben in Friesland en de andere provinciën vele inwoners zich in den wapenhandel geoefend. Er werden vrijkorpsen gevormd. In 1787 wierpen die vrijkorpsen zich op tot een regeer. „Slj wilden de prins agteruit setten, de heeren staten afsetten, maar dit brak haar seur op. Sij hadden Franeker, Makkum, Sneek, Lemmer yngenomen en tot Franeker, Staveren, Workum, Hindeloopen was haar raat en staat. Van daar gaven sij al plakaten uit, maar yn de maant Septimber sijn sij alle gevloden. Veel trokken na Hollant, om die nog te helpen, maar daar kwam de koning van Pruisen, broeder van de Prinses, met eenige duisent man, daar sij al tegen gevogten hebben, yn welks gevegt veel duisenden gebleven sijn, maar heeft haar geheel vernietigt en veel gevankelijk weggevoert na Pruisen. In Vrieslant hebben sij haar bij menigten gekregen en gevankelijk na Leeuwarden gebragt en veel sijn gevlugt na andere koningrijken.

 

 

1788

28 april

 

 

Ter verantwoording geroepen Albertus Lycklama á Nijeholt (1761-1846), vroeger te Bolsward, die zich als luitenant der vrijwillige schutterij, trots het placcaat van 4 Sept. 1787, gevoegd heeft bij de oproerige manschappen te Franeker en zich met een detachement vrijcorporisten, onder commando van Bernardus Jelgerhuis, te Franeker naar de Lemmer begaf en dit 13 Sept. 1787 bezette, toen naar Sloten ging, waar hij de bruggen liet ophalen, de stadspoorten en boomen sluiten, zich meester maakte van 11 stukken kanon op den Wal en deze transporteerde naar de Lemmer. Verder had hij 25 Sept. 1787 in de Lemmer van den collecteur Cornelis Witteveen geld geëischt en 2938 car. gl. gekregen.

SENTENTIE.

Alzo den Hove van Vriesland, uit de Confesfie van Pieter Wolters op 't Vliet onder Leeuwarden tegenswoordig Gev. en andersints uit de Proceduuren genoegzaam gebleeken is. —Dat de Gevangen in de Maand September 1787, zig naar Franeker heeft begeeven.

— Dat de Gevangen van daar nevens een Detachement Vry-Corporisten, onder Commando van Bernardus Jelgerhuis, is vertrokken en op den '13 Sept. 1787. op de Lemmer is gekoomen. — Dat de Gevangen op den 25 Sept. 1787. met eenige Manschap, alle gewapend, onder zyn Commando is gekomen ten Huize van Cornelis Witteveen, Colekteur van de Vyf Speciën in de Lemmer.

— Dat de Gevangen aan gedagten Colekteur heeft vertoond een Schriftelyke Laft, of Procuratie van de Staaten te Franeker vergaderd, inhoudende een Laft, om op te haalen en te ontvangen de Landspenningen van, de Ontvangers en Collekteurs in deeze Provincie. — Dat Cornelis Witteveen, na eenige woordenwisseling verzogt heeft om eerst over deeze zaak met hun Commandant Jelgerhuis- te spreeken. Als mede om de Bysitters. Cornelis Sleeswijk en Foppe Jans Poppes, by hem te verzoeken, om te overleggen, wat hem in deeze als Collekteur te doen stond.

— Dat de Gevangen dat verzoek heeft toegestaan. — Dat de Gevangen met zyne gewapende manschap toen aan het Huis van gedagten Witteveen is gekomen. —Dat gedagte Bysitters toen aan het Huis van Witteveen zyn gekomen. —Dat Cornelis Witteveen zig toen na Jelgerhuis heeft begeeven.

— Dat intusschen de Gevangen met zyne gewapende Manschappen ten Huize van Cornelis Witteveen post heeft gehouden.  — Dat daar op A. Lycklama á Nyeholt, Lieutenant, onder de gewapende, destyds de Lemmer in bezetting houdende, ten Huize van gedagten Witteveen is gekomen.

— Dat Lycklama toen gezegd heeft: Dat Witteveen alle Landspenningen, die hy hadde,' aan hun Lieden moest overgeven en dat hy aan hun veilig konden betaalen, onder quitantie.  — Dat Cornelis Witteveen daar op voorn. Bysitters om Raad heeft gevraagd. — Dat de Gevangen en voorn. Lycklama toen gedagten Cornelis Witteveen hebben afgedwongen de somma van twee duizend negen honderd agt en dertig Caroli Guldens en Zes St. op de Specien ingaande den 1 May 1786.

—Dat Witteveen dat geld op de Tafel heeft gezet. — Dat de Gevangen en Lycklama beide dat Geld toen van de Tafel hebben genomen. —Dat Lycklama toen daar yan een Geblyk of Quitantie tot voorn. Somma aan Cornelis Witteveen heeft gepasseerd.  — Dat de Gevangen en Lycklama toen dit Geld in hun magt hebbende, met de gewapende Manschap vandaar zyn gemarcheerd

— Dat de Gev, ook met eenige gewapende Manschap opdien zelfden 25 Sept. 1787 is gekomen ten Huize van Jan Kleinhouwer*, Administrerende Haven Collectens in de Lemmer.—Dat de Gev. van daar gegaan zynde, na verloop van een uur, geduurende welke tyd eenige gewapende Manschappen voor dat Huis waaren gelaaten, wederom aan het zelfde Huis met nog iemand, en de Officier van de Wagt is gekomen.

— Dat gedagte Kleinhouwer toen aan hun gezegd heeft: Dat by volfsrekt weigerde, deeze betaalinge aan hun te doen.  — Dat de Byzitter Sleeswyk daar by present zynde, ook verklaarde, daar toe geen permissie te geeven,

— Dat de Gevangen daar op heeft geantwoord: — Dat zulks ook evenveel was, dat zy het Geld dan zouden meenemen. —Dat de Gevangen ook met der daad toen de Collectepenningen heeft genoomen ter somma van negenhonderden dertig Caroli Guldens en twaalf ct.

— Dat Lieuwe Rochus als Commandeerende Officier van de Wagt op dien tyd daar van tot voorn. Somma aan Jan Kleinhouwer Quitantie heeft gepasseerd. — Dat de Gevangen en gedagte Persoonen daar op met de gewapende Manschap en voorn. Geld van daar zyn gemarcheerd, dat de Gevangen insgelyks, op dien zelfden dag, met agt gewapende Vry Corporisten, onder Commando van Lieuwe Rochus is gekomen in het Huis van Ide van der Sweep, Colecteur van het Passagie-Geld in de Lemmer (bezat woning aan de Oude Sluis, hij is overleden op 24 april 1818 te Lemmer. Gehuwd met Johanna Kluger. Getuige bij de doop van één van hun kinderen was; Rinske Stevens).

— Dat de Gevangen met Lieuwe Rochus, de Collect-Penningen van gedagten Colecteur uit Naam van de pretense Staaten te Franeker geeischt heeft.

— Dat Ide van der Sweep eenigen tyd geweigerd heeft, de Collect-Penningen aan hun te overhandigen. —Dat de Gev. en gedagte Lieuwe Rochus toen gedreigd hebben, alles als dan aan stukken te zullen slaan. — Dat Ide van der Sweep, alzo gedwongen, eindelyk Agthonderd en Negen Caroli Guldens en Negentien stuivers, aan den Gevangen en Lieuwe Rochus heeft overhandigt, van het ontvangene Passagie Geld, May 1787., ingegaan.

— Dat Lieuwe Rochus, als Commandeerende Officier, daar van op Last van gedagte pretense Staaten Quitantie heeft gepasseerd. — Dat de Gevangen en gedachte Gewapenden daar op met het Lands Geld van daar zyn gemarcheerd. Al het welke zynde zaaken van zeer kwaden gevolge, en daarom anderen ten Exempel niet behooren te blyven ongestraft.

— Zoo is 't dat het voorsz. Hof op alles rypelyk gelet en geconfidereerd hebbende het geen men in deezen behoorde te corinfideeren in den Naam ende van wegens de Heerlykheid des Landschappe van Vriesland den Voorn. Gevangene heeft Gecondemneerd en Condemneerd hem by dezen om by den Scherpregter op het Schavot geleid, aldaar wei strengelyk Gegeesseld, Gebrandtekend en daarna door de Dienaren van de Justitie te worden gebragt in het Landschaps Tugt en Werkhuis , om aldaar te werken den tyd van zeven Jaaren.— En verklaard den Klager tot zyn verdere genomen Eisch en Conclusie niet ontvangbaar.

Actum den 12 July 1788.

Ter Ordonn. van denHove J. FABER.

 

* Jan Kleinhouwer was gehuwd met Jakobjen Harmanis, uit dit huwelijk zijn 3 kinderen bekend, waaronder dochter Freerkjen Jans Kleinhouwer, zij huwde op 8 juli 1798 te Lemmer, met Nicolaas Coopmans. Waarop haar vader de volgende advertentie liet plaatsen.

 

23 juni 1798.

 

1789

7 maart

 

 

Verschenen bij H. Post te Leeuwarden: Vervolg van het Gedenk-Almanach der gewapende burgerlijke bedrijven loopende over het gebeurde te Franeker, Makkum, Workum, Staveren, Hindeloopen, Sloten, de Lemmer, Stiens enz.

 

1789

5 mei

 

 

De burgersociëteit „De burgertrouw en waakzaamheid zijn steunsel van een Sociëteit" te Lemmer vraagt correspondentie.

 

1801

1 december

 

 

Verschenen bij C. van Sligh te Leeuwarden:: De gemeente van de Lemmer opgewekt in eene leer- en lijkrede uit Openb. 2: 5, bij gelegenheid van den onverwachten dood haarer leeraars Georgius van Bleiswijk, uitgesproken 16 Nov. 1800 door Ds J. C. Venema te Oosterzee.

 

 

1804

6 april

 

 

In dienst gesteld tusschen Joure en Lemmer een verdekte postwagen rijdende van de Lemmer een half uur na aankomst van de Amsterdammer beurtman en rijdende van Joure s'avonds dadelijk na aankomst van het Sneeker schip van Leeuwarden, vracht 18 st. de persoon.

 

 

1814

6 april

 

 

Klokgelui, vlaggentooi, illuminatie te Lemmer bij de afkondiging van de aanneming der grondwet.

De eerste jaren na den Franschen tijd.

Den 6den April 1814 kondigden op de Lemmer klokgelui van den toren, en vlaggentooi van verscheidene gebouwen en schepen, benevens illuminatie gedurende den avond, de vreugde aan over de afkondiging van de aanneming der nieuwe grondwet; de „Fransche Tijd" had thans voorgoed hier afgedaan! Nauwelijks vijf dagen later verschenen te Sneek (Verschenen bij C. van Gorkum te Sneek: Eerstelingen aan mijn vaderland door Eelkje Poppes te Lemmer, en bij v. Smallenburg te Sneek:) „als eerste blijken van een vernieuwd volksleven" een drietal gedichten, onder den algemeenen titel: Eerstelingen aan mijn Vaderland", van de hand eener Lemster jongedame, nl

Eelkje Poppius Poppes.

Dochter van den koopman en vrederechter Poppe Jans Poppes. De letterkundige waarde dier, 24 bladzijden beslaande „Eerstelingen" moge gering zijn, toch geven zij ons zeer juist de indrukken weer, welke destijds algemeen gevoeld zijn, zoowel gedurende de verdrukking der Franschen, als daarna, tijdens het herstel van het vaderland. Het gevoel der ouders bij het vertrek hunner zonen naar de legers van Napoleon laat zij gevoelvol spreken. Zij was er dan ook getuige van geweest, hoe haar broer Bouke als garde d'honneur was aangewezen, zoodat zij met recht zingen kon:

„Hoe menig kinderlievend vader.
Heeft om 't verlies zijns zoons getreurd,
Hoe menig moeder werd de lievling
Baars harte van dat hart gescheurd."


En geen wonder, dat, — na de bevrijding van ons land —, haar „lang geboeide tong" zich aldus hooren liet:

Ontmenschte, wreede Bonaparte!
Thans is uw heerschzucht, uw gewekt,
Waaronder wij allen moesten zuchten,
Ten eenemaal ter neergeveld.
Gij hebt ons huis genoeg geteisterd:
Tyran! hoe hebt ge ons verdrukt,
Wie is er, die de bitt're vruchten
Niet van uw overheersching plukt?"


Aan de gedichten gaat een „lofvers" vooraf van Christiaan P. E. Robidé van der Aa, destijds schout en secretaris der gemeente Lemmer en van 1818 tot 1834 procureur te Leeuwarden, waarin hij zich o.m. als volgt liet hooren:

 

„Maar nauwlijks mocht mijn oor uw zoete zangen hooren.
Die slechts uit zuivre min voor 't Vaderland ontstaan,
Of uwe hertetaal kon mij geheel bekoren,
En 'k staarde gansch verrukt uwe Eerstelingen aan."


Dat haar „hertetaai" den „gansch verrukten" schout ook verder „geheel bekoren" kon, bleek twee jaren later, toen de lofzanger met de dichteres in het huwelijk trad. In 1818 vertrokken zij metterwoon naar Leeuwarden, waar Eelkje tien jaren daarna overleed. Zij ligt begraven met vijf harer kinderen op het Huizum er kerkhof, waar een memoriesteen in den zuidermuur der kerk de gedachtenis aan haar levendig houdt.

 

 

1815

4 juli

 

 

De ingezetenen van de Lemmer stellen ƒ 1180 ter beschikking van de commissie ter aanmoediging van 's Lands dienst.

 

 

1820

23 april

 

 

Overleden te Lemmer Jouwert Frederiks Witteveen, assessor in de grietenij Lemsterland.

 

1820

29 juli

 

 

De prins van Oranje (Willem Frederik George Lodewijk (Den Haag, 6 december 1792 – Tilburg, 17 maart 1849), Prins van Oranje-Nassau.) komt 's morgens 4 uur met een jacht van Amsterdam te Lemmer, geeft daar audiëntie aan allerlei corporatie's, komt ten huize van den grietman van Andringa de Kempenaer en zet zijn reis te 10 ure voort over Staveren naar Hindeloopen. Daar wordt hij verwelkomd door de burgemeesters D. j. Duif en J. Alderts en door zes juffers in de oude kleederdracht. Over Workum en Sneek begeeft Z. H. zich naar IJsbrechtum, waar het middagmaal op Epema-State wordt gebruikt bij den grietman van Weideren Rengers, om, van daar te vertrekken naar Leeuwarden. De prins en de gouverneur van Friesland bezoeken Franeker en Harlingen. Op de terugreis dineeren zij op het buiten van Jhr. Collot d'Escury te Minnertsga.

foto van: wikipedia.org

 

 

1821

11 februari

 

 

Te koop het Logement het Posthuis aan de haven te Lemmer, bewoond door Wed. Hesselius Brandenburg.

 

Logementen in de Lemmer.

 

 

1823

7 januari

 

 

Hardrijderij te Lemmer, waaraan de beste rijders van Friesland deelnemen, o.a. Atze Geerts Atsma te Terzool, Bauke Wybes Rypkema te Oudeschouw, Gerrit Libbes Tjalma te Oosterzee, Tjamke S. Knossen te Wirdum en Lolke Jacobs Wytsma te Sybrandeburen, behalen de premie. De prijs wordt behaald door Iets U. Hoekstra en Christoffel Willems Raasveld, beide te Heerenwal.

 

 

 

1824

13 april

 

 

Vergelijkend examen ten grietenijhuize te Lemmer voor de vacante post (door het overlijden van J. A. Visser) van onderwijzer te Oosterzee, salaris ƒ 250, met de schoolgelden van ruim 70 leerlingen, die 40 ct. per kwartaal betalen, ƒ15 voor opzicht over het kerkhof en het beluiden der dooden, met vrije woning en tuin.

Deze Jacob Annes Visser was voor zijn benoeming te Oosterzee 's winters ondermeester bij Rijk van den Berg te Lemmer, terwijl hij 's zomers te Eesterga de zomerschool bediende. Hij was een flinke kerel en zeer gezien bij Schoolopziener H.W. C. A. Visser, die meermalen de autoriteiten opmerkzaam maakte, dat "J.A. Visser zeer verhooging verdient", zonder evenwel het gewenschte resultaat. In 1818 werd de school te Oosterzee aanzienlijk vergroot, met welingerichte lessenaars voor alle kinderen, en van genoegzaam licht voorzien, terwijl in dezelve een gewelfde zolder werd aangebragt, en alzoo geheel het schoolvertrek doelmatig ingerigt".

Master Jacob Annes Visser, stierf in 1824, waardoor het noodig werd, te Oosterzee een nieuwen onderwijzer te benoemen. Het salaris bedroeg toen f 250, met f 25 voor „het onderwijs aan hen, die gealimenteerd werden". Het aantal leerlingen bedroeg toen 80, dus tweemaal zooveel als toen master Visser benoemd werd. Deze leerlingen, „behalve de gealimenteerd wordende", betaalden 40 cts. schoolgeld in het vierendeeljaars. „De emolumenten zoo zegens het beluiden van dooden, als voor het opzigt over het kerkhof bedragen omstreeks f 15." En de gelukkige eigenaar van al deze voordeelen werd Klaas Hendrik Kluiver, die als 16-jarige jongen winterschoolhouder was te Nijeschoot, en later zijn vader E. H. Kluiver te St. Jansga, die "een onderwijzer van den ouden stempel was", hielp bij zijn schoolwerk, waarbij hij zich niet ongeschikt" toonde. Deze K.H. Kluiver is zeer zeker de „master Kluwer", die Roelof Koehoorn zich later zou herinneren.

 

 

1825

4-5 februari

 

 

Des nachts breekt de zeedijk bij Lemmer op 4 plaatsen door, zoodat in Lemsterland het meeste vee verdrinkt, van 7 boerenplaatsen storten 5 in.

 

De watervloed van 1825.

Reeds in het najaar van 1824 en den winter van 1824—'25 hadden de inwoners van de Lemmer vaak angstige oogenblikken doorgemaakt, wanneer namelijk de door den zuidwester stormwind opgejaagde golven der zee dijk, paalwerk en sluis hevig beukten, gepaard gaande met de persende kracht van het oostwaarts der plaats opgejaagde water, waardoor de aanrollende stortzeeën de kruin des dijks afbrokkelden, aldus het dijklichaam zeer verzwakten, en geheele palenrijen verschoven of uit elkaar sloegen. In het bijzonder was dit het geval bij den hevigen orkaan welke den 21sten December 1824 woedde, toen slechts door de hulp van vele mannen een doorbreken van den dyk afgewend kon worden.

Geen wonder, dat men, met de herinnering aan dat alles, de uitwerking van den buitengewoon hoogen springvloed, gepaard gaande met een hevigen storm, in den nacht van 3 op 4 Februari 1825 met bijzondere bezorgdheid gadesloeg. De bewoners van den Nieuwendijk werden 's nachts uit hun bed gedreven, daar de zware golfslag reeds het achterste gedeelte hunner woningen beukte. Reeds van negen uur in den ochtend van den 4den Februari was het water 2 el 67 duim boven volzee gerezen, zoodat het zeewater over de Schulpen, het hoogste deel der plaats, stroomde, — waar het weldra tot aan de vensterramen der huizen stond —, en verder naar de Lange-Streek beneden de Sluis naar beneden liep.

Door het westwaarts van de haven losgescheurde paalwerk, dat op drift was geraakt, werden verscheidene huizen vernield of zwaar beschadigd. Zoo was men o. a. zeer bevreesd, dat daardoor het logement De Wildeman, waar het water vier palen hoog stond, en turfschuur, waschhok benevens gaanderij aan den achterkant binnen een uur totaal weggeslagen waren, geheel zou instorten. Van de gansche haven was weinig meer dan de koppen van sommige palen zichtbaar, en een van het groote havenhoofd losgeslagen kofschip schokte de beschoeiing zoo hevig, dat een deel van het havenhoofd afgerukt en door den stroom voortgesleurd werd.

Tot overmaat van ramp sloeg bewesten de Lemmer, aan het einde van den Nieuwendijk bij de Taanderij, een gat in de glooiing van den dijk, hetwelk een spoedige doorbraak, met als gevolg de vernieling van vele huizen deed vreezen; gelukkig, dat men door krachtige hulp ook hier het dreigend gevaar wist af te wenden. Intusschen stroomde het zeewater zelfs over de klippen van den sluis muur heen, en bereikte daarmee in den middag de vervaarlijke hoogte van drie el acht duim boven volzee, alzoo nog 26 duimen hooger, dan in den vloed van 1776 het geval was.

Daarbij kwam, dat ook de zeedijk, ten oosten van de Lemmer op een drietal plaatsen doorgebroken was, zoodat tegen den avond het zeewater al de straten van de plaats overspoelde, en tegen den volgenden morgen dusdanig was toegenomen, dat het ter hoogte van negen palmen op de Nieuweburen stond, zoodat alle bewoners daar op hunne zolders een toevlucht moesten zoeken, en 's anderen daags grootendeels hunne huizen verlieten, waarna vele dezer van achteren zijn ingestort, en tal van goederen verloren gingen. Zooveel mogelijk trok men daarop aan het werk, om de velen, wier huizen dreigden in te storten, of die reeds noodzakelijk hadden moeten verlaten, in vaartuigen op te nemen.

Tot hen, die zeer door de ramp getroffen werden, behoorde ook Lemsterlands grietman van Andringa de Kempenaer, die. ernstig ongesteld, en verzwakt van lichaam, zijne woning welk meer en meer door het zeewater omspoeld werd, verlaten moest, en naar Holland uitweek, waar hij den 13den Juni te 's Gravenhage overleed.
Op de landen in den omtrek van de Lemmer stond het water thans 21 palm hoog. In het stroomende water dreven deuren, palen, planken, scheepstimmer- en mastenmakershout en allerlei vaatwerk rond. Het havenhoofd was grootendeels uiteengeslagen, terwijl in de kerk vele graven door het water
waren ingestort.

Onderscheidene vaartuigen werden ook naar den omtrek afgezonden, zoodat van daar des Zondags een aanzienlijk getal menschen en vee de Lemmer kwamen bevolken, waar zij de eerste zorg en verpleging genoten; zoo waren de stallen om de haven al spoedig geheel met vee gevuld, en stonden op de markt onder den blooten hemel nog een 40-tal koeien, benevens een aantal paarden. „Het was een aandoenlijk tafereel van afwisselende droefheid en vreugde onder dengenen, die, uit het lijden en van den dood gered, hunne dankbare tranen met den diepen weemoed der ongelukkig geworden vrienden en naburen vermengden" zegt een tijgenoot „Wel Zondagsmiddags waren weder en wind bedaard en tot algemeene blijdschap begon het water te zakken. — De wind, tijdelings tot het Noordoosten gekeerd, stroomde de zeesluis met zulk eene vervaarlijke drift, dat de grond schudde, en men vreesde voor het scheuren van het muurwerk, dan geene schade is daaraan geschiedt.

 

 

Nieuwendijk te Lemmer.

 

1828

1 juni

 

De stoomboot de IJssel begint den dienst tusschen Amsterdam en Lemmer.

In 1828 kwam het eerste stoomschip op dit traject: het 'S.S. IJssel'. Niet alleen goederen, maar ook vee en personen werden over de Zuiderzee vervoerd. In 1870 werd door Reint, Jan en Geert Nieveen, uit Groningen de 'Groningen-Lemmer Stoomboot Maatschappij' opgericht. In 1874 lieten ze de 'Groningen III' bouwen voor het vervoer tussen Lemmer en Amsterdam. Later volgde nog de 'Groningen IV', de Lemmer en de Amsterdam. In 1928 werd het vlaggenschip van de rederij gebouwd: de 'Jan Nieveen'. Met veel succes onderhield het schip de lijn Lemmer Amsterdam.

 

1840

3 augustus

 

 

De maatschappij bedoelende een geregelde stoomvaart tusschen Amsterdam en de Lemmer heeft zich geconstitueerd.

 

1841

1 april

 

 

Diligencedienst tusschen de Lemmer en Leeuwarden hervat, afrit van de Lemmer in den Wildeman bij de erven Le Heux, een half uur na aankomst van den Amsterdamschen beurtman.

 

1843

24 februari

 

 

De bestrating van den straatweg Sneek—Lemmer.

 

In 1814 had Nederland nog geen 500 kilometer straatweg en pas in 1820 werd de straatweg Amsterdam—Utrecht aangelegd. Friesland kreeg zijn straatwegen pas na
1827: zij zijn nog te herkennen aan de opvallende iepen-beplantingen, die bijvoorbeeld de Overijsselse straatweg en de weg Sneek— Lemmer al tan verre in het landschap zichtbaar doen zijn.

 

 

1843

15 maart

 

 

Frederik Sleeswijk Visser, te Lemmer neemt de leerlooierij over van zijn vader Siemen Wiegers Visser.

Siemen Wiegers Visser (Gaastmeer 1793 - Lemmer 1862). Hij was commissaris van de N.V. Friese kofscheepsrederij en koopman-reder, zeilmaker en leerlooier te Lemmer.

www.friesscheepvaartmuseum.nl

 

 

1849

1 maart

 

 

Te Lemmer verkocht de stoomboot Willem I, gebouwd 1841 en de stoomboot Tjerk Hiddes, gebouwd 1843.

De voorgangers van de Lemmerboot.

 

 

1859

28 oktober

 

 

Aanbesteed het aanleggen van den kunstweg Lemmer— Donkerbroek, met zijtak naar Oldeberkoop.

 

1861

10 januari

 

 

Hardrijderij op schaatsen te Lemmer op de Zuiderzee.

IJsvereeniging „Lemmer” 70 jaar bestaan. (1931)

Het waren eenige leden van de Lemster Sociëteit, die zeventig jaar geleden den stoot gaven aan de oprichting van een vereeniging, die een langdurig bestaan beschoren is geworden. In het begin van 1861 heerschte er een strenge vorst en wel zoodanig, dat ook de Zuiderzee berijdbaar was. Op Zaterdag 6 Jan. van dat jaar werd op de Sociëteit het plan besproken om „eene hardrijderij op schaatsen te organiseeren en deze te doen plaats hebben op zee. De namen van de zeven heeren, welke dit plan hebben uitgevoerd, mogen hier nog eens worden genoemd. Het was zeker een deftig gezelschap: Jhr. Mr. C. L. van Beijma Thoe Kingma, F. O. Sleeswijk, Mr. J. Witteveen, Notaris F. Schaafsma, Dr. P. C. Romer, S. F. van Berg en K. S. van Andringa. De heeren noemden zich voor dit geval: „Directeuren van het Volksfeest."

Een lijst ging ter teekening rond en keurmeesters en baanvegers werden benoemd. Woensdag 9 Januari lieten zich 44 personen uit Lemsterland inschrijven en Donderdag 10 Januari had de rijderij plaats.

Van heinde en ver kwamen er belangstellenden om getuige te zijn van een hardrijderij op zee, waartoe zoo zelden de gelegenheid gunstig is.

De prijs, f 3O, werd gewonnen door Kleis H. Huisman te Echten en de premie f 10 door Douwe G. Heimans te Lemmer.

 

 

1843

26-28 februari

 

 

Fryske winter jounenocht fen Waling Dijkstra en Tj. G. v. d. Meulen bij Adema op de Lemmer, bij Walsma te Woudsend.

 

Sedert 1860 zijn die voordrachtavonden onder den naam van Fryske Winterjounenocht (Friesch winteravondgenoegen) algemeen bekend geworden. Het programma van de eerste Winterjounenocht, is gehouden te Heerenveen op den 25en October 1860: het bevat zes ten deele grappige, ten deele ernstige stukken, van Waling Dijkstra, Tjibbe Geerts en Tj. G. v. d. Meulen.

 

 

1862

10 juni

 

 

Nieuwe diligence met 12 zitplaatsen in dienst gesteld door A. Reitsma, tusschen Lemmer—Leeuwarden, via Sneek, in verband met de stoomboot Stad Sneek, die vaart van Lemmer op Amsterdam.

 

 

1863

27 november

 

 

Kon. Goedgekeurd de statuten der Vereeniging voor Chr. onderwijs te Lemmer.

75-JARIG SCHOOLJUBILEUM. (1938)

LEMMER, 30 Nov. Hedenavond werd in de Geref. Kerk het 75-jarig bestaan der Vereeniging voor Christelijk Nationaal School onderwijs alhier herdacht. In 1863 nam een viertal personen het initiatief tot het oprichten van een Vereeniging voor Christelijk onderwijs hier ter plaatse. Al spoedig groeide dit kleine groepje aan tot ongeveer twintig personen, dia in de maand Juli van het jaar 1863 de vereeniging hebben opgericht. Tegenwoordig bedraagt het ledental plm. 125. Bij de oprichting werden tot bestuursleden gekozen, de h.h. L. H. van Noord, H. E. Loen, D. S. van Veen en H. W. Brandsma. 3 November van hetzelfde jaar ontving de Vereeniging de Kon. goedkeuring.

 

 

1865

10 september

 

 

Verschenen bij Schaafsma te Dokkum: Spiegel voor de jeugd, kleine verhalen uit de kinderwereld, door B. O. Veenstra, h. d. s. te Lemmer, van denzelfden schrijver: De volksschool in het leven, practische handleiding bij het rekenen uit het hoofd.

 

 

1868

11 juli

 

 

Verschenen: Beschouwingen over het belang van eene kanaalverbinding Groningen—Gorredijk—Heerenveen —Lemmer door F. O. Sleeswijk en K. S. van Andringa, naar aanleiding van een ontwerp kanaalverbinding Blokzijl—Groningen, door B. Prakken.

Berent Prakken, (geboren in 1817, overleden te Oosterwolde op 23 januari 1871), sedert 1850 wethouder en raadslid der gemeente Ooststellingwerf, in 1864 lid der Provinciale staten van Friesland, was opzichter der Compagnonsvaart en veenen en schreef: Beschouwingen over het belang van een Kanaalverbinding Groningen - Gorredijk - Heerenveen - Lemmer (1868). Dit ontwerp lokte de brochure uit van F.O. Sleeswijk ( en Klaas Sybrens van Andringa, (geboren te Lemmer op 30 december 1821, overleden te Lemmer op 18 november 1885). Hij was mededirecteur van de verzekeringsmaatschappij Woudsend en sinds 1882 burgemeester van Lemsterland)

Berent Prakken bracht op eigen kosten in dien tijd ook uitgebreide ontginningen tot stand in de omstreken van Appelscha, waar hij rondom den Hildenberg een boerderij aanlegde, welk voorbeeld in 1869 werd nagevolgd door J. Welles te Leeuwarden.

 

 

1868

23 november

 

 

Opening van een nieuwe stoombootdienst Lemmer—Joure, ondernemer J. S. Lemstra.

Deze advertentie dateert van 18-09-1883, van het jaar 1868 is verder niets terug te vinden. Wel nog van het jaar 1895, waaruit op te maken valt, dat er een samenwerking was met Abele (Aebele) Blauw‏‎.

 

1874

12 januari

 

 

Ds. Carpentier Alting uit Dokkum spreekt te Lemmer voor den Protestantenbond over Godsdienst en Profetisme.

 

 

1874

19 maart

 

 

Ds. N.C. Balsem (Nicolaas Cornelis) sedert 1862 predikant te Langezwaag, overleden te Langezwaag, op 20 maart 1878 48 jaar oud) uit Langezwaag spreekt op het Nut te Lemmer over: Altijd zon. herinneringen aan oom Jacob.

 

 

1875

6 oktober

 

 

Eigenaars van land op het schar Buitenmeer aan den straatweg van Sneek naar Lemmer tusschen het Sloter- en Idskenhuistermeer in de gemeente Langweer worden opgeroepen tot een vergadering op Spannenburg, kastelein H. Boelsma, 's morgens 10 uur, ter bespreking van de verdeeling van het Schar.

 

Waling Dykstra, schrijft in 1973 in Ut 'e lapekoer fan D.M. van der Woude Het schar „De oude maden" bij Rotstergaast Lit ús tinke oan âlde tiden...hierover: Scharlanden werden ook wel „maden" genoemd. Ik vond een aankondiging dat op 6 okt. 1875 op Spannenburg een vergadering zou zijn van eigenaars van land op het Schar „Buitenmeer" aan de straatweg van Sneek naar Lemmer tussen het Sloter-en het Idskenhuistermeer in de gemeente Langweer. Gesproken zou worden over de verdeling van het Schar. In vele gevallen hadden verschillende eigenaren deel aan het meenschar. (Ik moet voor de goede orde even zeggen, dat ik overigens weinig af weet van de usances van landverhuring en wat daarmee annex is).

 

 

1876

7 januari

 

 

Het Tweede Kamerlid A. Moens, houdt te Lemmer een lezing over volksonderwijs.

A. Moens, was lange tijd liberaal Tweede Kamerlid voor het district Sneek. Medestander van Kappeyne van de Coppello. Begon zijn loopbaan als hervormd predikant (onder meer in Sneek) en werd later onderwijsinspecteur. Pleitbezorger van verbetering van het openbaar onderwijs. Zette zich ook in voor een betere lerarenopleiding. Sprak als een echte kanselredenaar en maakte lange, ingewikkelde zinnen. Werd na zijn Kamerlidmaatschap onderwijsinspecteur in West-Nederland.

www.parlement.com

 

 

1877

22 november

 

 

Ds. N. C. Balsem te Langezwaag houdt voor de afdeeling Lemmer van den Ned. Protestantenbond een improvisatie over het confessionalisme. (politieke stroming die er naar streeft religieuze overtuigingen binnen de politiek ten uitvoer te brengen.)

 

 

1878

20 maart

 

 

Ds. B. C. Mosselmans, te Groningen houdt voor de afdeeling Lemmer van de Ned. Protestantenbond een lezing over het Piëtisme. (Piëtisme was een vroomheidsbeweging in de Lutherse Kerk, die van de laat-17e eeuw tot midden 18e eeuw haar grootste bloei kende.)

 

1878

12 december

   

Verzanding van de haven te Lemmer wegens den aanleg van een steenen dam door het Lemster Hop.

Het „Lemster Hop".

Men meldt ons uit Lemmer (1909)

In de jaren 1877 en 1878 is door het waterschap „de Zeven Grietenijen en Stad Sloten" een ten zuidoosten van hier gelegen oppervlakte water, het „Lemster Hop" genaamd, ter grootte van ongeveer 280 hectaren, door een bazaltkapwerk, lang 5400 meters en hoog 1.60 M. volzee, van de Zuiderzee gescheiden. Er werd toen op gewezen, dat hoofddoel daarvan was, landaanwinning; dat, in den loop der jaren, een massa slib, van uitstekende qualiteit, door de zee in het Hop werd opgehoopt en wel tot zoodanige hoeveelheid dat, bij doelmatige drooglegging en cultiveering van het Hop, binnen weinige jaren een prachtige oppervlakte land aan de eigendommen van het waterschap toegevoegd zou kunnen worden, land, waarvan de zee, met haar vruchtdragend slib, als bemester zou blijven optreden.

Vertraging in de drooglegging schijnt echter een gevolg te zijn van een verschil tusschen het waterschap en den provincialen waterstaat omtrent de wijze, waarop de noodige werken aangelegd behooren te worden.

Door volmachten is thans op de begrooting voor het dienstjaar 1910 een post van f 75,000 uitgetrokken om met de drooglegging en cultiveering een aanvang te doen maken, doch of zulks spoedig plaats zal vinden, de beslissing daarvan ligt nu aan Ged. Staten. Dat een gunstig besluit door dit college ten gevolge zou hebben dat aan tal van handen werk verschaft zou worden, behoeft geen nader betoog.

 

 

1879

28 juni

 

 

De H.H. Jhr. Mr. C. L. van Beijma thoe Kingma te Lemmer, P. Walma te Oppenhuizen, H. Pasma Fzn. te Nijehaske, zijn afgevaardigd door 't hoofdbestuur der Friesche maatschappij van landbouw om in Denemarken en Zweden de boterbereiding te bestudeeren, vertrekken via Hamburg naar Malmö en Kopenhagen.

 

1879

7 juli

 

 

De Joure krijgt stoombootverbinding met de Lemmer, door de stoomboot burgemeester I. J. Rinkes, ondernemer W. Tieleman.

 

1879

27 oktober

 

 

Vergadering der Ver. t. bev. van publieke boterverkoop te Lemmer.

VERGADERING.

Het BESTUUR der Vereeniging ter bevordering van publieken verkoop van Boter te Lemmer, verzoeken de Leden en Belangstellenden ter Vergadering, ten huize van H.L. van der Hoff te Lemmer, op Maandag den 27sten October 1879, 's namiddags één uur.

Namens het bestuur,

S.M. KLIJNSMA, Voorzitter.

H.J. WOUDSTRA, Secretaris.

 

1880

5—7 januari

 

 

Lezing van dr. A. Kuenen, Hoogleeraar te Leiden, deze houdt voor de afdeeling van den Ned. Protestantenbond te Leeuwarden, Sneek en Lemmer een lezing over de toekomst van het Christendom.

 

1880

28 oktober

 

 

Wegens sterfgeval geveild twee grofaardewerkfabrieken te Lemmer, I. De goede Verwachting, gedreven door Wed. W. Monsma Kleinhouwer, in 1874 bijna geheel vernieuwd, op het Turfland aan de Zijlroede, II. De Hoop, op de Lange Streek, voorloopig voor beide geboden ƒ 5140.

 

1881

1 augustus

 

 

Protest van Dr. J. G. Visser te Lemmer, in het nieuwsblad Lemsterland tegen het executie-boelgoed ten zijnen huize op last van het gemeentebestuur wegens wanbetaling van hoofdel. omslag.

 

 

1881

14-12 november

 

 

Dec. Amerika-lezing van T. G. v.d. Meulen, te Gorredijk, Huizum, St. Japik, Hoogeveen, Nijkerk, Woudsend, Wier, Warga, Augustinusga, Lippenhuizen, Lemmer, Tjerkgaast, Beetsterzwaag, Holwerd, Oostermeer.

 

 

1882

8 februari

 

 

Uitvoering van het reciteercollege Jacob Cats in het Nutsgebouw te Lemmer.

 

In de Lemmer had men eenmaal naast „Jacob Cats" als rederijkerskamer een reciteercollege „De Vriendenkring". En de toenmalige eerste burger van de Lemmer en zijn land was van beide gezelschappen werkend en zeer actief lid — het zou na te slaan zijn, als de verslagboeken van de vereenigingen, van welke de Vriendenkring uit kleine luijden bestond, er nog waren.

 

 

1885

8 februari

 

 

Rapport in de Tweede Kamer over verbetering der haven te Lemmer en van de binnenl. waterstaat in Friesland.

4 december 1885

 

1888

26 juni

 

 

Opstel in N.A. over het rooken en zouten van visch te Harlingen en Lemmer, door P. de Rook.

 

 

1891

8 februari

 

 

Het Heilsleger houdt samenkomsten te Heerenveen, Joure en Lemmer onder leiding van D. Nauta en F. v. Dam uit Amsterdam.

Vrije evangelische predikanten als de Mooij's en de Van Paassens waren in de ogen der academisch gevormde predikanten zeer ongeleerde mensen. Maar zij hadden van de bijbel geleerd en zij deden het iedere dag opnieuw en daaraan ontleenden zij ook de grote, warme, indringende kracht van hun apostolische prediking.

Toch zochten zij het nog meer in kerkelijke banen dan het Leger des Heils dat deed. Sedert 1891 houdt het Heilsleger ook in Friesland zijn samenkomsten, in Heerenveen, in Joure, op de Lemmer, enz. Laster, protest, tegenwerking blijven niet uit. Het socialisme drijft er de spot mee, niet vermoedende dat het Leger vele van zijn impulsen met de rode beweging gemeen heeft. Als generaal William Booth in maart 1894 in de Leeuwarder Harmonie spreekt, heeft hij er tweeduizend hoorders, meest nieuwsgierigen, maar toch ook vele zoekers en begerigen. Hetzelfde jaar wordt er in Oranjewoud de eerste Noordervelddag gehouden en de Leeuwarder jongens en meisjes van het Heilsleger trekken er, o wonder in het zo slecht zijn ware gemoedstoestand openleggende Friesland, heen met een vaandel waarop staat „Friesland voor Jezus."

Een Friese schrijver als S. K. Feitsma, is geraakt en ook hij vangt aan te getuigen, in woord, in lied en in muziek. Wat in de vuile slums van Londen geboren werd, de „Salvation Army", (The Salvation Army) is een evangelisch kerkgenootschap, dat op 2 juli 1865 onder de naam East London Revival Society door William Booth in Londen werd opgericht en zich sinds die tijd verspreid heeft over meer dan honderdtwintig landen) kon niet door de dichte mist van de wereldstad worden tegengehouden.

 

Het boerse Friesland kon er zijn grenzen ook niet voor sluiten. Het lijkt hier voor de buitenstaander vaak allemaal wat stijf en koud en onbewogen, maar in talloze Friese harten brandt een onblusbaar vuur. Het vuur dat eens op de eerste Pinksterdag werd aangestoken.

 

 

1892

8 maart

 

 

Concessie verleend voor aanleg der stoomtramlijn Joure—Lemmer

 

 

1892

20 juli

 

 

Verschenen bij J. Campen te Sneek: De predikanten en de Volkspartij in Friesland. Open brief aan H. te M. door Ds. O. Schrieke te Lemmer.

 

1893

20 december

 

 

Brief in N.A. van Fetze H. Speerstra te Midway (Wisc.) en van Joh. Brouwer (uit Lemmer) te Proctorsville Vermont.

 

 

1894

25 december

 

 

Opstel in de Leeuw. Crt. van G. C. Dalman (beambte ter gemeente-secretarie van Lemsterland) te Lemmer over de oplossing der krisis in Opsterland en W. Stellingwerf.

 

1896

22 februari

 

 

De Chr. Geref. kerk te Lemmer voor ƒ1150 verkocht.

 

 

1898

23 juli

 

 

De scheepsbouwer P. de Boer, te Lemmer levert een jacht af aan Gustave Steurbaut, te Gent.

Lemmer, 25 Juli. Door den scheepsbouwmeester P. de Boer alhier werd eergisteren afgeleverd een boeier of jacht, gebouwd voor rekening van den heer Gustave Steurbaut te Gent (België). Dit hoogst elegante vaartuig, elegant zoowel wat model als afwerking betreft , heeft eene lengte van 48 bij eene breedte van 15½ voet en is gemodelleerd naar de vele aan die werf gebouwd wordende visschersvaartuigen, welke over 't geheel, ook door het snelle zeilen, uitmunten. Heden middag verliet het scheepje, bij krachtigen westenwind, de haven alhier, met eerste bestemming naar Amsterdam. Kenners, die het zagen vertrekken , beweren dat dit scheepje, ook wat het zeilen betreft, den bouwmeester alle eer aal aandoen. Het doel van den eigenaar is om het aan den zeilwedstrijd, welke in de volgende maand te Antwerpen gehouden zal worden, te laten deelnemen.

Lemstervloot.

 

 

1899

28 juni

 

 

Aanbesteed de gebouwen der tramlijn Joure—Lemmer.

 

Home

 

 

 


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.