|
Skūtsjesilen Lemmer.
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 | 7 |
8 | 9 |

Hoe het zeilen is
ontstaan
Mag Friesland met recht de
naam mogen dragen van
vruchtbaar plekje grond, het
heeft ook zijn minder
vruchtbare gedeelten. Een
hiervan is het zogenaamde
waterland. Dit strekt
zich uit over een gedeelte
van Tietjerksteradeel, Idaarderadeel, Uitingeradeel, Doniawerstal
en Hemelumer Oldephaert.
Daar vindt men grote en
kleine meren, poelen en
uitgegraven veen-plassen,
aan elkander verbonden door
brede wateren, meest allen
door de natuur gevormd. Daar
liggen landerijen, die niets
opleveren dan wat hooi. Vee
kan op die velden niet
weiden omdat de grond
daarvoor te los en
sponsachtig is. Het hooi
wordt, na gezweeld te zijn
aan de oever van het water
gebracht en vandaar per
schip vervoerd. Bij
onderscheidene loopt daar
een sloot, tot binnen in de
schuur, om met het hooi te
kunnen varen tot aan de
plaats waar het moet worden
opgetast. Is de hooitijd
voorbij, dan wordt de sloot
met planken gesloten. Van
sommige hooilanden waarvan
de bodem iets vaster schijnt
te zijn, haalt men ook het
hooi met wagens, maar
voorzichtigheidshalve bind
men de paarden vierkanten
plankjes onder de hoeven; de
dieren zouden anders
misschien wel tot de buik
weg zinken.
Jagen en vissen, in het
voorjaar eieren zoeken, in
het najaar vogels vangen, is
daar het werk van iedere
boer, en zeilen is er
schering en inslag. Vrouwen
zowel als mannen weten met
schepen om te gaan, zo goed
als de beste koetsier met
paarden en rijtuigen. Een
fraai plezierjacht met
toebehoren is er een artikel
van weelde, waarmee men in
het openbaar kan pronken,
evenals in andere streken
met een fraai rijtuig. Dat
er in de mooie zomertijd
veel aan plezierzeilen wordt
gedaan, laat zich denken. In
Sneek en ook Leeuwarden zijn
daartoe altijd vaartuigen af
te huren.
Zanggezelschappen en
dergelijke verenigingen
maken pleziertochten met
kleine stoomboten. Een
watertocht over Wartena en
Eernewoude naar Grouw, en
vervolgens langs Irnsum en
de Oudeschouw, naar en over
het Snekermeer, levert een
natuurschoon, dat elders
tevergeefs gezocht wordt.
Daar is ook het land van de
zeilpartijen. Deze worden
jaarlijks op luisterrijke
wijze gehouden in Sneek, te
Grouw en op anderen
plaatsen. De navolgende
beschrijving van een Sneker
zeilwedstrijd is ontleend
aan een door D. Hansma
gegeven in Friesland en de
Friezen, een handboekje voor
reizigers door de provincie.

Nauwelijks is de zon aan de
hemel of de gehele stad
tooit zich in feestkleding;
geen huis bijna waar niet
een vlag wappert, geen
inwoner die niet het
zondagspak aantrekt, en geen
nering doende, die zijn
waren niet op het fraaist
uitstalt. Om half tien gaat
de muziek, die de feesttrein
zal vergezellen, alle
straten langs, door een
vrolijke schaar gevolgd.
Middelerwijl hebben zich de
schepen en boten, die aan de
wedstrijd zullen deelnemen,
in de stadsgracht verenigd
en in een lange rij ligt de
kleine vloot zo goed ten
strijde uitgerust als immer
een vloot zijn kan. Zeil,
tuig en mast tonen dat niets
bespaard is om naar
evenredigheid de grote der
krachten te verdubbelen. De
schepen zijn naar grote en
bemanning in verschillende
klassen ingedeeld. Vracht en
buurtschepen; boeiers en
jachten; visaken; pramen;
grote boten en kleine boten;
schouwen(ponten), die elk
weer afzonderlijk door
loting verschillende
gekleurde nummer-vlaggen,
die boven aan de hoek van
het zeil worden vastgehecht.
Langs deze flottille
wandelen wij onder het
geboomte langs de stadswal
verder, en zien dan een ware
markt van vaartuigen, die
zich aanbieden om
toeschouwers aan boord te
ontvangen. In een bonte rij
liggen de schepen met
uitleggende loopplanken
langs de wal geschaard. Voor
25 cent 50 cent een gulden
is er plaats te krijgen,
naar evenredigheid van de
fraaiheid van het schip.

Bij het Hoogend verzamelt
zich een grote menigte om de
uittocht te zien. De
directieheren met hun dames
gaan zich inschepen en de
muziek en de hardzeilers
vergezellen hen. Statig
vaart de grote versierde
stoomboot vooruit, moedig
volgt de vloot en
mededingers onder vrolijke
muziek en het juichen van de
vergezellende menigte
toeschouwers aan de wal.
Zolang de tocht langs de
gracht duurt, voegt zich
ieder schip, zonder zeil op,
naar de stoomboot en rept
het volk zich met de kloet
om niet achter te blijven.
Maar als de brug is
gepasseerd, wordt het zeil
erbij gehaald en begint
reeds een kleine wedstrijd,
wie het eerst bij de
ligplaats aan de zuidzijde
van de Houkesloot zal zijn.
Daar, zegt het reglement,
moeten de mededingende
schepen tegenover de bakens
gaan liggen, want daar zal
de afvaart beginnen.
Maar wij keren even terug
naar de plaats van afvaart,
want vermakelijk is het te
zien hoe op die markt van
schepen deze zich
langzamerhand vullen en tot
vertrek gereed maken. De
vrolijkste de opgewektste en
woeligste gasten ziet men
naar de 25 cents schepen
spoeden. Jolige paren, zo
opgewekt dat zij bij de
sprong in het schip niet
nalaten elkander te kussen.
Koppels en dienstboden en
vrouwen die potverteren, of
levenslustige oude van
dagen, die ook nog eens een
ouderwetse vrolijke dag
willen hebben.
De meerstemmige paartjes
zoeken de 50 cents plaatsen
op. De vreemdelingen en de
deftige boeren met hun
meisjes en vrouwen, kiezen
de stoomboot voor de prijs
van één gulden. Of nog
deftiger lieden gaan naar de
boeiers, waarvan de eigenaar
hen met minnelijke ontvangst
begroet, nadat de knechten
met grote omzichtigheid de
Dames en Heren over de plank
hebben geholpen.
Enkele families die vindt
men nog op oude wijs, voor
oud en jong een schip
afhuren en met trommels,
manden, doeken, jassen,
parapluis enz beladen
aankomen, vader bezorgd voor
moeder en moeder bezorgd
voor vader, en beide voor
hun kroost, en voor
verwanten die mee
uitgenodigd zijn.
Enkele jonge lieden,
schippers in hun hart,
kiezen de zeilboot, maar wij
hebben hun komst en vertrek
niet gezien, want de vurige
jeugd is reeds lang naar het
toneel van de kampstrijd
gevaren.

Bijna zonder uitzondering
zijn alle schepen gevuld
geworden. Zij verlaten de
aanlegplaats en volgen
elkander onmiddellijk onder
de grote schare te mengen.
Al wat zeilen kan gaat mee,
zij het ook gebrekkig, als
het gescheurde zeil niet
meer toelaat of een
onbeholpen schipper met
onvaste hand voorwaarts
tracht te komen. Maar de
besten streven deze met
snelle vaart voorbij.
Het stoomschip, dat de
directie op plaats van
bestemming heeft gebracht,
komt terug met muziek aan
boord. Deze moet ons
vergezellen, maar hierdoor
is de boot zeer vol
geworden, eigenlijk te vol
voor mensen om zich
gemakkelijk te bewegen. De
stoomfluit laat zich voor de
derde maal horen, de
kapelmeester geeft het sein
tot blazen en onder
klinkende fanfares wordt van
wal gestoken. Weer geleid
ons een menigte van mensen
langs de wallen, maar nu een
andere dan die het directie
schip uitgeleide deed, deze
is grotendeels ons vooruit
naar het meer vertrokken.
Spoedig zijn wij om de stad
gestoomd en de brug door
gevaren. Met enige moeite
zijn wij om de
scheepshelling heen en de
Houkesloot, een tamelijk
breed vaarwater ingevaren,
het is prachtig weer, de
wind noordwest, ruim bij de
wind geen beter weer te
bedenken. Een goed aantal
schepen wij treffen het
geheel. Kijk daar komen de
kleine schepen ons tegemoet,
zie hoe netjes zij om de ton
bij de stoomhoutzaagmolen
draaien; 6 is ruim voor, 4
is haar het naaste, zegt een
kenner, als 3 haar maar niet
inhaalt. En toch zegt de
oppervlakkige toeschouwer,
is nimmer 1 nog de voorste
in rij, die achter elkander
aankomt zeilen en dan volgt
eerst 3, dan 6 en achter
haar 4. Wel een grote
verwarring zal men zeggen.
Evenwel ter verklaring dient
dat de afvaart niet
geschied, zoals dat in
Amsterdam wordt gezien. Waar
de schepen in één lange rij
naast elkaar liggen en aldus
afzeilen. Zo laat de breedte
van het IJ toe, ofschoon de
schepen, naar de zin van de
schipper, elkander ruim
genoeg hinderen.
Bij alle zeilpartijen in
Friesland wordt de afvaart
op de zelfde wijze als in
Sneek geregeld, ook in
Harlingen en aan de Lemmer,
waar men op zee hardzeilt.
De Houkesloot is niet breed
genoeg om de Amsterdamse
manier van afvaart toe te
laten, daarom liggen de
schepen hier op enige ellen
afstand van elkaar
verwijderd, elk aan zijn
aangewezen nummer, en zij
zeilen vandaar af om
tenslotte weer op de zelfde
plaats, en om de prijs te
winnen het eerst bij zijn
nummer terug te komen.
Waneer nummer 6 achter
nummer 1 aan komt zeilen,
dan is dat een bewijs dat
hij reeds verscheidene
nummers voorbij gezeild is.
En als 3 en 4 dadelijk
achter elkaar aankomen, is
dat een bewijs dat zij 2
voorbij gezeild zijn, en dat
4 wel zo vlug is als 3, maar
zij elkander zeer dicht
nabij zijn.

De Houkesloot.
Een gevolg van deze manier
van afvaart is, dat weinig
toeschouwers goed op de
hoogte zijn hoe de partij
staat. Menig loshoofd
bekommert zich hierover, die
hem wel bericht zal brengen
wie de winnaar zal zijn. De
ijver die schepelingen, die
aan de strijd deel nemen,
wordt er niet minder om.
Meen echter niet, dat daar
voor het oog van de
liefhebbers van zeilen, geen
belangwekkende partijen
gespeeld worden, en voor
kenners geen
kunstvaardigheid wordt ten
toon gespreid, O,Nee!. De
kunst van zeilen wordt dan
daar op het Snekermeer in al
haar fijnste schakeringen
beoefend, en zelden is het
dat de bekwaamste schipper,
met een goedgebouwd en goed
uitgerust vaartuig, niet de
overwinning haalt.
Niet alle feestvierenden
gaan, als wij, per schip om
naar de wetstrijd te kijken
of eigenlijk om op een
andere manier van de pret te
profiteren. De Houkesloot
langs varende, zien wij al
spoedig aan de kleine inham,
het Top, een tal van mensen
zitten en staan; zij zijn
langs de Grindweg, van Sneek
naar Uitwellingerga, of uit
de omliggende dorpen daar
heen gegaan om de feesttrein
er bij de uitvaart voorbij
te zien gaan of de terug
komst te observeren. Een
herberg en warande bieden
wel de gelegenheid om zich
ook anders te vermaken.
Aan de anderen oever van de
Houksloot beweegt zich
gedurende enige tijd een
talrijke menigte naast onze
stoomboot, maar als zij op
zeker punt gekomen zijn,
gaan de mensen landinwaarts
en verliezen zich in de
verte, de Houkesloot
uitgekomen en het kruiswater
verder invarend, zien wij
het raadsel opgelost, waar
al die mensen gebleven zijn.
Op een laag stukje land,
geheel omringt door water,
zien wij een kermistoneel,
zo woelig en zo prettig als
men zich maar denken kan.
Draaimolens koekblokken,
tenten en stalletjes, zo
primitief mogelijk, zijn
opgeslagen, en liedjes
zangers met draaiorgels,
bedelaars en kunstenmakers
krioelen, zingen, en dansen,
schreeuwen daar, met het
kleine publiek, zodoor
elkaar dat iemand horen en
zien vergaan, lang nog hoort
men die schelle tonen over
het water klinken.
De Roekoepolle, een lang
eiland van ongeveer 30 ares
groot, aan de ingang van het
Snekermeer, is door de
natuur aangewezen om als
hoofdstation voor de
directie en de feestelingen
te dienen. Van daaruit kan
men het terrein en de
bewegingen van de schepen in
het oog houden op alles wat
er gebeurt. Zodra onze
stoomboot het eiland nadert
maakt iedereen zich klaar
voor vertrek van boord.
Alles is op de Polle tot een
landelijk feest
ingericht,Een fraaie grote
tent is opgeslagen, en alles
wat zij aan eten en drinken
willen hebben is tegen niet
te hoge prijzen te koop,
overal zijn tafeltjes en
stoelen, waarbij en op zij
plaats kunnen nemen, velen
zijn er die op de bewegingen
van de schepen letten, en
druk de kansen bespreken.
Zij zijn opgetogen van
bewondering, waneer ze het
mogen zien, dat een jacht of
boot (de boter laten zien)
Sommige mededingers hebben
voor de wedstrijd, hun schip
van onderen ingesmeerd met
bedorven boter, of ander vet
om het gemakkelijker door
het water te laten glijden.
Het is een eer voor de
stuurman, waneer het jacht
al zeilende de boter laat
zien, het jacht ligt dan zo
schuin dat de bodem boven
het water zichtbaar wordt.
Anderen bekommeren zich heel
weinig om de kampende
zeilers, zij wandelen rond,
ontmoeten kennissen en oude
vrienden. Dames en heren
zitten genoeglijk om de
tafeltjes waar wijn en bier
rijkelijk stroomt. De liefde
heeft hier vrij spel en zo
zien wij verscheidende jonge
paren minnekozend langs de
oever wandelen, of in boten
plaats nemen om een zeil
tochtje op het meer te doen.
De muziek laat zich door
alles heen horen, en als
eindelijk zij het ook
toevallig, dans muziek laat
horen, dan wordt in een
oogwenk het eiland in een
balzaal veranderd, en even
luchtig en onvermoeid zweeft
het jeugdig volkje over het
donzig grasveld van het
eiland. Maar aan alles komt
een einde. Enige
geweerschoten uit de verte
gehoord, geven het sein dat
de wedstrijd is afgelopen en
de overwinning behaald.
● Sintrale Kommisje
Skūtsjesilen.
De Sintrale Kommisje
Skūtsjesilen (afgekort SKS) is in 1945
opgericht als organisatie van de jaarlijkse
zeilwedstrijden op de Friese meren met
historische vrachtzeilschepen
Tot 1945 werd er bij het
skūtsjesilen gezeild in diverse
watersportplaatsen, maar was er geen
overkoepelende organisatie. De SKS heeft in de
loop der jaren steeds meer centrale taken
gekregen, terwijl de plaatselijke wedstrijden
nog steeds worden georganiseerd door lokale
wedstrijdcommissies (onder de SKS-vlag). De SKS
regelt onder meer de jurering tijdens de
wedstrijden, de afzetting van het wedstrijdveld,
de start en finish (met een startschip) en de
meeste contacten met de media. Wijzigingen in
het algemeen reglement (onder andere wat betreft
de originaliteit van de schepen) hebben de
afgelopen jaren nogal eens voor opschudding
gezorgd.
De SKS hecht ook aan
vaste tradities, zo word er in de eerste twee
weken van de bouwvakvakantie volgens een vast
wedstrijdschema gezeild:
-
vrijdag voorafgaand
de loting in Grouw voor De Veenhoop en
Eernewoude (i.v.m. aangemeerde start)
-
1e zaterdag in
Grouw
-
1e maandag op De
Veenhoop (nabij Drachten)
-
1e dinsdag in
Eernewoude
-
1e woensdag in
Terherne
-
1e donderdag in
Langweer
-
1e vrijdag is een
vaste rustdag
-
2e zaterdag in
Stavoren
-
2e maandag in
Woudsend
-
2e dinsdag in
Elahuizen
-
2e woensdag in
Lemmer (organisatie: Commissie Leeuwarden)
-
2e donderdag in
Lemmer
-
2e vrijdag in Sneek
(zondags wordt er niet
gezeild)
|
|
|
|
|
|
SKS-Kampioenen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Schipper
|
Aantal
|
Commissie
|
Kampioen in:
|
|
|
|
|
|
|
Klaas Keimpesz. van
der Meulen. |
4 |
Stavoren |
1945 - 1947 - 1951
-1954 |
|
|
|
|
|
|
Ulbe Rienksz. Zwaga. |
4 |
Langweer |
1946 - 1948 - 1949
-1950 |
|
|
|
|
|
|
Jan Sytsema. |
1 |
- |
1952 |
|
|
|
|
|
|
Tjitte Jansz.
Brouwer. |
1 |
- |
1952 |
|
|
|
|
|
|
Jan van Akker. |
1 |
- |
1955 |
|
|
|
|
|
|
Berend Mink. |
2 |
Grou |
1956 - 1957 |
|
|
|
|
|
|
Ulbe Rienksz. Zwaga. |
7 |
Grou |
1958 - 1959 - 1960
- 1961 - 1962 - 1967 - 1972 |
|
|
|
|
|
|
Siep van Terwisga. |
3 |
Heerenveen |
1963 - 1964 - 1965 |
|
|
|
|
|
|
Rintje Ritsma. |
1 |
Lemmer |
1966 |
|
|
|
|
|
|
Tjitte Lammertsz.
Brouwer. |
6 |
Heerenveen |
1968 - 1974 - 1975
- 1976 - 1977 - 1981 |
|
|
|
|
|
|
Rienk Ulbesz. Zwaga. |
1 |
Langweer |
1969 |
|
|
|
|
|
|
Lodewijk Meeter. |
2 |
Huizum |
1970 - 1971 |
|
|
|
|
|
|
Jan van Akker. |
2 |
Sneek |
1973 - 1984 |
|
|
|
|
|
|
Siete Meeter. |
2 |
Bolsward |
1978 - 1987 |
|
|
|
|
|
|
Rienk
Ulbesz. Zwaga |
1 |
Stavoren |
1979 |
|
|
|
|
|
|
Lammert Ulbesz.
Zwaga. |
1 |
Langweer |
1980 |
|
|
|
|
|
|
Jeen Ulbesz. Zwaga |
2 |
Eernewoude |
1982 - 1983 |
|
|
|
|
|
|
Keimpe Klaasz. van
der Meulen. |
1 |
Woudsend |
1985 |
|
|
|
|
|
|
Jelle Reijenga. |
2 |
Lemmer |
1986 - 1988 |
|
|
|
|
|
|
Teake Klaasz. van
der Meulen. |
2 |
Woudsend |
1989 - 1991 |
|
|
|
|
|
|
Tjitte Sietsesz.
Brouwer. |
5 |
Heerenveen |
1990 - 1992 - 1993
- 1994 - 1997 |
|
|
|
|
|
|
Douwe Visser. |
5 |
Sneek |
1995 - 1996 - 2002
- 2003 - 2007 |
|
|
|
|
|
|
Ulbe Rienksz. Zwaga. |
2 |
Leeuwarden |
1998 - 1999 |
|
|
|
|
|
|
Berend Mink. |
2 |
Grou |
2000 - 2001 |
|
|
|
|
|
|
Eldert Meeter. |
1 |
Bolsward |
2004 |
|
|
|
|
|
|
Douwe Asz. Visser. |
1 |
Grou |
2005 |
|
|
|
|
|
|
Pieter Sietsesz.
Brouwer. |
2 |
Heerenveen |
2006 - 2008 |
| |
|
|
|
●
Zeilvereniging Zevenwolden
●
IFKS
●
SKS
●
Skūtsjehistorie
●
Lemsteraak foto
Hielke
|