LEMMER - Zaterdagmiddag. Het leek vanmorgen een
stralende dag te worden. Lemmer lag er
zonovergoten bij. Dat duurde niet lang. De lucht
betrok wat en dat veranderde pas kort geleden,
zo tegen half vier. Toen moest het zonnescherm
toch nog uitgedraaid worden. De zender van Radio
Lemsterland doet het gelukkig weer.
Woensdagavond kon ik de uitzending niet
beluisteren maar vandaag heb ik de herhaling
gehoord. Een paar keer gehoord; af en toe moet
ik naar de winkel. Maar na een keer of drie heb
ik het hele programma wel zo ongeveer gehoord.
Maandagavond vergaderde Raadscommissie I. Deze
keer geen commotie over de taal of iets
dergelijks. Een paar dagen eerder had ik Stender
al getroffen. We waren het er over eens dat er
de vorige keer eigenlijk niets was voorgevallen.
Als de dingen een eigen leven gaan leiden weet
je soms niet waar je terecht komt. 's Morgens
had ik weer eens klachten gekregen over de
roeken die in de hoge bomen rond het oude
kerkhof nestelen. Zij bevuilen de stenen. Dat
was geen nieuws voor mij, ik ondervind het zelf
ook met de stenen die ik in onderhoud heb.
Vooral als ze net weer opgeknapt zijn en je komt
er een volgende keer en het zit er al weer onder
dan is het een grote ergernis. 's Avonds heb ik
het maar even in de vergadering onder de
aandacht gebracht, wetend dat er toch geen
maatregelen genomen kunnen worden. Die zwarte
vogels zijn nu eenmaal beschermd, net zoals de
lieve vosjes. Voorheen was het zo gemakkelijk;
een schot hagel door de nesten heen en dan had
men de overlast weer binnen de perken. Maar zo
gaat het tegenwoordig niet meer.
Dinsdagmiddag was er een vergadering van de
commissie bezwaar- en beroepschriften. De eerste
keer in deze nieuwe zittingsperiode. Van die
commissie was ik eerder ook lid. Toen het nog
een commissie van enkel Raadsleden was ben ik
zelfs nog een poosje voorzitter geweest. Het was
goed om weer terug te zijn. In deze commissie
kom je zaken op allerlei gebied tegen. Eigenlijk
nog interessanter dan het werk in de Raad en de
andere commissies. In 1986, toen ik net Raadslid
was, vroeg ik om de vlaggenmast op het dakje van
het bordes van het Gemeentehuis in ere te
herstellen. Het antwoord was toen dat het dakje
dat niet meer kon dragen. Een paar weken geleden
werd ik gevraagd om foto's van het gebouw met de
vlaggenstok er op. Met de herinrichting waren er
stemmen om er toch weer een nieuwe stok op te
zetten.
Woensdagmorgen verschenen er twee mannen met een
auto en een hoogwerker. Het was kennelijk hun
bedoeling om wat bij het Gemeentehuis te gaan
doen. Zij voelden aan de deur en liepen een paar
keer om het gebouw heen. Na een kleine
vingerwijzing van mijn kant gingen ze naar het
Gemeentekantoor waarna Harm Scholten hun even
later binnen liet. Het kostte het tweetal een
volledige werkdag maar aan het eind van de
middag stond er weer een volwaardige
vlaggenmast. Deze is hol en zal van lichter
materiaal gemaakt zijn. Dat zal het dakje dus
wel kunnen uitstaan. Met het gereed komen van de
herinrichting zullen we de vlag er wel voor het
eerst aan zien wapperen. Woensdagavond was de
jaarvergadering van de woningbouwvereniging.
Maar een stuk of vier huurders aanwezig. Er
waren, zoals mevr. Kooi het omschreef, minder
aanwezigen dan afmeldingen. De belangstelling
schijnt zich te verleggen naar de
huurdersvergaderingen die wijksgewijze gehouden
worden. Als je er aan terug denkt hoe het in het
verleden wel geweest is. Dan was de zaal van De
Helling soms behoorlijk bezet. In die tijd was
het ook nog de gewoonte om van de rondvraag een
klachtenuurtje te maken. Daar is de laatste
jaren wel een eind aan gekomen. Er zijn andere
gelegenheden om klachten naar voren te brengen.
Woensdagmiddag en -avond was het op het Fedde
Schurerplein drukker dan anders met rustend
jongvolk. Toen ik de volgende morgen fruit ging
halen bij Mastenbroek schrok ik van de hoop
zwerfvuil die achtergebleven was. 'It liket wol
Sneintomoarn', was het enige commentaar dat ik
kon bedenken. Op zondag is het daar immers
meestal een bende. Gelukkig dat de mensen van de
Gemeente er dagelijks bij langs komen om de
troep op te ruimen. Toch zou dat niet nodig
moeten zijn.
Donderdagmorgen was het ineens druk bij mij voor
de deur. Het personeel van IJsselmeerbeton stond
voor het Gemeentehuis met een partij rollend
materiaal. Er waren mensen die dachten aan een
of andere protestbijeenkomst. Ik had ondertussen
de waarheid gehoord van iemand die aan het
fotograferen was. 'Iemand van ons personeel zou
in stilte trouwen maar het is uitgelekt en wij
doen er wat aan.' Toen de jongelui weer naar
buiten kwamen werd er heel wat getoeterd en
geclaxonneerd. De rijst vloog hun bij emmers vol
om de oren. Na afloop werd de rijst ruwweg
opgeveegd en dat heb ik nog niet eerder gezien.
Anders blijft dat liggen en moet de bode het wel
opruimen. Gistermorgen met het straatvegen ging
de bezem er nog eens een keer over. Vanmorgen
hadden de vogels nog volop werk om hun voedsel
tussen de stenen weg te pikken.
Donderdagavond vergaderde commissie II. Nu ik
zulke vergaderingen niet meer voor de krant
bezoek blijf ik er toch naar toe gaan.Als
Raadslid moet je wel op de hoogte blijven van
wat er besproken wordt en van wat er onder de
mensen leeft. Overigens worden wij via de Raad
wel aardig in actie gehouden. Vanmorgen waren er
weer drie uitnodigingen bij de post. Van de
binnenkomst van de avondvierdaagse heb ik niets
gezien. Vanuit de kelder van het Gemeentekantoor
lukt dat niet. De laatste jaren merken we hier
toch al niet veel van de wandelaars. Voorheen
liep de route veel meer door ons centrum en was
het zingen, aanzwellend en dan weer wegzakkend,
de hele avond te horen. Aan het begin van de
avond konden we nog wel genieten van Smalena uit
Drachten die een demonstratie op het plein gaf.
Vrijdagmiddag was er weer een trouwerij. Dit
ging een stuk rustiger; geen zwaar materiaal
maar een koetsje met twee paarden. Een stuk
kalmer maar toch ook mooi.Terwijl ik daar even
naar stond te kijken kwam er een jongetje
binnen. Hij wilde vijf rolletjes kauwgomballen
van 12 cent hebben. Hij vroeg of 'dit' genoeg
was. 'Dit' bleek geen geld te zijn maar een
emballagebonnetje van 50 cent van de Konmar.
Sneu voor het kereltje, maar die handel kon niet
doorgaan.
Nu
ik hierboven een verhaaltje had over de
vlaggenstok op het Gemeentehuis vond ik deze
kaart er wel mooi bij passen. Ik schat dat dit
een foto uit de vijftiger jaren is. Het
Gemeentehuis is nog als zodanig in gebruik. De
jaloezieën met de kappen hangen er nog voor. De
publicatieborden, de kouwe zoals ze genoemd
werden, zijn al wat ingekort. Voorheen zat er
ook rechts nog een deel. Buurman Hendrik
Boonstra, de concierge in die dagen, hing er
geregeld nieuwe berichten in. Automatisch stak
je dan even later over om te lezen welk nieuwtje
er in gebracht was. De vlaggenstok, de reden
voor de keuze van deze foto, is duidelijk te
zien. Deze was toen nog met een rood - wit -
blauw lint beschilderd. Dat zou nu een dure zaak
worden! Links van het Gemeentehuis staat het
politiebureau. Waarschijnlijk was het toen in
gebruik als kantoor van de VVV; er hangen
tenminste twee publicatiekastjes aan de muur. De
Rien is nog open. Rechts is te zien hoe de
riolering op het water uitkomt. Heel wat anders
dan wat we nu hebben met een gescheiden stelsel
voor vuil water en regenwater.
Mijn vader staat hier met zijn ijskar. Van de
paal waar hij de kar altijd tegenaan zette
kwamen bij het doorbreken van de walmuur met de
herinrichting nog stukken naar boven. De
lantaarn die hier staat lijkt veel op wat er nu
door het hele centrum heen geplaatst is. Was er
op een vorige foto te zien dat Bouwe Oosten
gevestigd was in de tegenwoordige groentezaak,
hier lezen we dat de Fa. Gort daar ijzerwaren en
huishoudelijke artikelen verkoopt.