2009. Evert _Lemmer door de jaren heen: Door columnist Johannes de Vries.

Telnr: 0514-561638.

 

EVERT: 09-05-2009

LEMMER -  Zaterdagmiddag. Morgen is het 10 mei. Dan is het 69 jaar geleden dat voor Nederland de oorlog begon. Ineens staan de beelden van die dag weer helder voor mij. Ik was toen acht jaar. Toch was ik behoorlijk op de hoogte van de hele politieke toestand. Tenminste internationaal. Geen wonder, we hoorden op de radio het laatste jaar anders niets dan oorlogsberichten.

Het Frans – Duitse front was bijna onbeweeglijk. Uit die tijd kennen we dan ook de uitdrukking: ‘im Westen nichts Neues’. Op zee gebeurde wel een en ander. De Duitse marine was heel actief en er werden geregeld schepen tot zinken gebracht. Daarbij werd niet speciaal naar de nationaliteit gekeken. Ook schepen uit neutrale landen werden niet gespaard. Nederlandse dus ook niet. Verklaring van Duitse zijde was dan dat die neutrale schepen ‘contrabande’ vervoerden.

In het eerst zat er nog een spoor van menselijkheid in. Schepen werden aangehouden, doorzocht en gewaarschuwd dat zij over een bepaalde tijd tot zinken zouden worden gebracht. De horloges werden gelijk gezet en de overblijvende tijd kon besteed worden om de opvarenden in veiligheid te brengen. Dit slaagde niet altijd en vooral  toen er zonder waarschuwing getorpedeerd werd vielen er slachtoffers, ook op de neutrale schepen. Toen de Simon Bolivar in de grond werd geboord bleef er een verweesde baby achter. Hij werd bij de Burgerlijke Stand ingeschreven en genoemd naar het onfortuinlijke schip, Simon Bolivar. Vaak heb ik mij afgevraagd wat er van dat kind geworden is.

Op de morgen van 10 mei, toen mijn grootvader om half zes naar de bakkerij ging, was het hier voor al vol mensen. Onrustig door de laatste berichten van de vorige avond ging men naar Gemeentehuis en postkantoor waar misschien meer nieuws te horen viel. Mijn eerste gang was naar de buren, familie Van Schoot. Die moesten toch ook weten wat er aan de hand was. Na veel kloppen kwam Ciska, de jongste dochter, aan het raam. Toen wisten ook de buren dat hun zoon en broer, die als korporaal in dienst was, bij de strijd betrokken kon raken.

De gedachte ontstond dat we misschien zouden moeten vluchten. Velen maakten vluchtkoffers klaar en ik herinner mij dat hier thuis alles wat op tas of koffer leek volgepakt werd. Zelfs de grote koffer waarin onze eerste stofzuiger gekocht was en bewaard werd. Ondertussen speelde de radio aan één stuk door. Het eerste bericht dat wij hoorden was: ’Parachutisten geland bij Leiden’. Toen volgde de oorlogsverklaring van Koningin Wilhelmina aan de invallers en het eerste Nederlandse legerbericht.

In de loop van die dag heb ik verscheidene loopjes naar de bakkerij gemaakt. Pake moest immers op de hoogte blijven van het nieuws. Blessinga, de boekhouder, had de atlas op zijn bureau liggen om te volgen hoe de strijd zich voltrok.

Van deze eerste oorlogsdag herinner ik me nog een maatregel, waarschijnlijk afkomstig van de dienst Luchtbescherming. De ramen moesten zoveel mogelijk beplakt worden met plakband. Als de ruiten door luchtdruk sneuvelden zouden ze er niet uitvallen omdat het plakband de scherven op hun plaats hield. Bij de meesten werd deze bescherming na korte tijd weer opgeruimd. Bij het postkantoor bleef het voor de raampjes van het kolenhok zitten, voor mijn gevoel tot na het einde van de oorlog.

In mijn enthousiasme om de gebeurtenissen van die tiende mei te beschrijven ben ik al ver over de mij toegewezen hoeveelheid woorden gekomen. Daarom deze week geen foto.


 

EVERT: 16-05-2009

LEMMER – Zaterdagavond. Vanmorgen een mooie rit door de Gemeente gehad. Op uitnodiging van de LTO hebben we een kalvermesterij en een varkensmesterij bezocht. Beide in de omstreken van Bantega. Vorig jaar hebben we een zelfde soort rit gemaakt langs verschillende melkveebedrijven.

De agrariërs maken zich zorgen over de toekomst van hun bedrijven. Nog altijd worden zij geplaagd door al maar meer maatregelen waaraan voldaan moet worden. Maatregelen die op zich niet verkeerd zijn maar die wel grote investeringen met zich meebrengen.

Zo zullen de dieren op de mesterijen omstreeks 2013 meer ruimte moeten hebben. Het dierenwelzijn. Om een zelfde aantal dieren te kunnen houden zullen de gebouwen uitgebreid moeten worden. Die uitbreiding alleen is niet genoeg. Om de investeringen terug te verdienen moet de uitbreiding nog groter worden. Op dit punt begint het te wringen met de mogelijkheden van het bestemmingsplan. Duidelijk dat deze mensen pleiten voor verruiming van de mogelijkheden.

Deze week liepen we ook op ander terrein tegen lastige bepalingen aan. Als leden voor de stembureaus op 4 juni kregen we een training voor de ‘nieuwe’ wijze van stemmen, met het rode potlood. Dat is op zich wel een grote stap terug maar  maakt het niet moeilijker. Maar Den Haag heeft de gelegenheid aangegrepen om ook een identificatieplicht in te voeren. Dat is een voor kleine gemeenschappen niet uit te voeren taak.

Hoe kun je nu mensen die je al jarenlang kent vragen zich te legitimeren? Hoe kun je mensen die geen bewijs bij zich hebben terug sturen om het op te halen? Belangrijkste vraag is hoeveel van die kiezers de moeite zullen nemen om nog een keer terug te komen. Vooral bij een stemming voor het Europees Parlement waar toch al bijna niemand warm voor loopt. Veel kiezers zullen dit als een bewijs van wantrouwen zien en zich nog meer van de politiek afwenden.

Gistermorgen ben ik verlost van het gips om mijn pols. Wat een genot. Al was het alleen maar omdat je je handen weer normaal kunt wassen. Maar elke handeling is nu weer een stuk gemakkelijker. Het ging wel vlot. Kwart voor acht kwam neef Lammert langs om mij te halen. Om half negen was ik als eerste aan beurt en voor half tien zat ik weer thuis voor de computer. Als enige beperking kreeg ik de raad mee om niet direct met kratten bier te gaan sjouwen. Voor mij geen zware opgave.

Vorige week schreef ik over het vergaan van de Simon Bolivar en de verweesde baby. Van Roelie Spanjaard kreeg ik wat gegevens over die ramp en zelfs een foto van de baby. Het bijschrift luidde: De West-Indische baby die bij de ramp der Simon Bolivar zijn ouders verloor en door den heer en mevrouw Van der Nat-Peterson te Rotterdam werd geadopteerd, maakt het thans uitstekend. Simon wordt hier door zijn pleegmoeder op de aankleedtafel verzorgd.


 

EVERT: 24-05-2009

LEMMER – Zondagmorgen. De zon schijnt, Radio Lemsterland heeft een vrolijk programma met The Themeshow van Nynke Harder, en… ik ga weer vol moed aan mijn column beginnen. Heerlijk. Vorige week ging dat niet. Nadat de linkerhand uit het gips was kreeg ik een ontsteking aan de rechterhand. De linkervoet was na mijn val ook erg pijnlijk. Nu is alles weer zo goed als beter.

Ik weet best dat ik de laatste tijd ook te veel van mijzelf gevraagd heb. De stille tocht van 4 mei kon ik al bijna niet volbrengen. Toen het lopen bijna weer normaal ging kwam er ons reisje naar Den Haag en Scheveningen achteraan. In Den Haag hoefden we geen grote afstanden te lopen maar in Scheveningen van het Kurhaus naar het restaurant aan het eind van de pier was een beproeving. Na het diner stelde de burgemeester voor dat we samen vooruit zouden gaan zodat het wat rustiger aan kon. Dat was een goede oplossing; toen we bijna bij het Kurhaus terug waren hadden de anderen ons net ingehaald.

Toch ben ik blij dat ik mee geweest ben. Een gezellige dag in een omgeving waar ik bijna een jaar van mijn diensttijd heb doorgebracht. Dan liepen we ’s avonds vaak in het centrum van de stad rond of gingen naar een film. Dan kwam je nog wel eens een paar van je officieren tegen die niet al te vast meer op hun benen stonden. Netjes groeten en doen of je de toestand niet begreep. Volgende dag op kantoor nergens over praten.

Het was in 1953 en ’54. Het beroepskader bestond vooral nog uit mensen die in Indië in het KNIL hadden gediend. Velen hadden de oorlog in de Jappenkampen doorgebracht. Deze mensen waren vaak niet erg ontwikkeld. Maar er werd wel verwacht dat zij de wijzigingen in het boekje van de Inwendige Dienst goed bij hielden. Verscheidene mensen vroegen mij dan om dit voor hen te doen. Dat betekende voor mij dagenlang vrij roken.

In Scheveningen kwam meteen de herinnering aan de vuurwerken boven. In de zomermaanden was er een keer in de twee weken een vuurwerk op het strand. We liepen dan van de Nieuwe Alexanderkazerne naar Scheveningen en terug. Dat waren de hoogtepunten voor ons in die tijd. Als er nu hier aan het eind van de zeilweek vuurwerk wordt afgestoken kom ik er de deur niet meer voor uit.

Als gebruikelijk bij dit soort gelegenheden was Corrie van Deursen weer met de camera in de weer. Hier staan we te wachten op de bus die ons van Den Haag naar Scheveningen zal brengen. Corrie pikte hier wethouder Van der Pal en mij er uit voor een foto.

 

Hier nog twee foto's van het reisje naar Den Haag en Scheveningen.


 

EVERT: 30-05-2009

LEMMER – Zaterdagmiddag. De zon probeert er door te komen. Het is vandaag maar aan de donkere kant. Het lijkt erop dat we het wel droog houden. Dat is heel mooi voor de Oranjefeesten in Follega. Het meeste daarvan speelt zich op het weiland af en dan moet je niet te veel water erbij hebben. Vanavond is het de bedoeling dat ik er naar toe ga voor het spel voor de volwassenen. Als ik daar zo lang niet kan blijven staan kan ik gebouw Irene binnen gaan. Daar is dan later de afsluiting van het feest en de prijsuitreiking.

Maandag was het de tweede Pinksterdag. Dat betekende dat de vergadering van Commissie I naar de dinsdagavond verschoven was. We hadden o.a. de gewijzigde voorstellen voor de verdeling van de woningcontingenten voor de komende jaren op het programma. Dit was zo aangepast dat onze fractie verwachtte dat iedereen hiermee zou kunnen instemmen. Dat pakte heel anders uit. Na meer dan een uur praten waren de meningen nog net zo verdeeld als bij de behandeling van het oude plan in de Raad. Dat belooft niet veel goeds voor de Raadsvergadering van 29 juni als de officiële behandeling volgt. Maar misschien volgt er nog een doorbraak.

Woensdagavond was de vergadering van Commissie II. Naar voren gehaald met het oog op de verkiezingsdag die zou volgen. Een lange dag in het verschiet dus.

Het werd inderdaad een lange dag. Tegen zeven uur kwam wethouder Visser om het materiaal op te halen dat hier bij mij klaar stond. Duizend stembiljettenen en de koffer met alle stempels, potloden, elastiekjes en alles wat er op zo’n dag nodig is. Het was elf uur in de avond toen ik weer thuis was en meteen de uitslagen en het debat op de televisie kon gaan volgen.

Het was een lange dag maar hij viel ons niet lang. We kregen toch nog 352 kiezers te verwerken. Mooi verdeeld over de hele dag. Het was ook nog even wennen met het stemmen met potlood. Dat was dan meteen een gelegenheid voor een praatje. Er was weinig begrip voor deze stap terug in de tijd.

De reacties op de identificatieplicht vielen mee, al was er wel het nodige commentaar. Bij ons in Suderigge kwamen de mensen die zich niet konden legitimeren wel terug. Uit de buitendorpen hoorde ik heel andere geluiden.

Om negen uur ’s avonds begonnen we met tellen. Bij deze lage opkomst kregen we de zaak binnen twee uur in orde. Als altijd was er weer een verschilletje van één stem. Oorzaak was een onbruikbaar gemaakt biljet. Iemand met een volmacht die haar eigen stem en die van de volmacht op hetzelfde biljet had ingevuld. In zo’n geval mag je dan een ander biljet geven.

Tot mijn schrik zie ik dat ik in mijn enthousiasme al weer ver over het aantal woorden heen ben. Vandaag dus geen foto er bij. Volgende week beter.


 


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.