LEMMER – Zaterdagavond.
Vandaag is Sinterklaas aangekomen. Ik heb hem
niet gezien. In de tijd dat de bisschop hier
voor was had ik net telefoon. Toen ik weer in de
winkel kwam waren er alleen nog een paar Zwarte
Pieten die pepernoten strooiden.
Zodra
Sinterklaas in aantocht is gaan mijn gedachten
terug naar mijn kinderjaren. Zo’n twee weken
voor de belangrijke datum mocht ik met opzetten
beginnen. Elke morgen zat er wel wat lekkers in
het schoentje. Dat was meer dan de meesten
overkwam. Ik was enig kind en enig kleinkind dus
dan was het nog wel te betalen. Op de avond van
de vierde december kwam dan het echte opzetten.
Dan kwam het ‘groene mandje’ achter de kachel.
De volgende
morgen was het mandje verdwenen. Een zoektocht
door het huis. Hier of daar was het verstopt en
dan was het meestal goed gevuld. Als deze
cadeautjes uitgepakt waren ging het naar het
Achterom, naar pake Meinze. Daar liepen de
kleinkinderen die in Lemmer woonden af en aan om
hun cadeautjes op te halen. Het was altijd wat
snoepgoed, meer kon er niet af. Pake had weinig
inkomen, hij moest mest leven van wat de
kinderen aan hem afdroegen.
Die afdracht
was goed geregeld. Een vast bedragje per kind
maar mijn vader moest wat meer geven. Dat was
omdat wij bij de ouders van mijnmoeder
inwoonden. Daardoor waren de kosten van de
gezamenlijke huishouding lager dan bij de
anderen.
Mijn derde
doel was dan mijn overgrootmoeder die achter de
kerk aan het Turfland woonde. Zij had ook geen
vaste inkomsten maar kreeg veel bezoek van
geloofsgenoten, niet alleen uit Lemmer. Als die
vertrokken lag er vaak een bedragje onder het
kleedje op tafel. Ik heb nog altijd grote
bewondering voor de offervaardigheid van die
mensen. In haar laatste jaren kon beppe nog van
de Noodwet Drees profiteren. Bij haar bracht
Sint altijd speelgoed voor mij. Zij had ook maar
één achterkleinkind om wat aan te geven.
Het lekkers
met Sinterklaas kwam voor het grootste deel uit
de banketbakkerij van de Centrale Bakkerij. Eén
van de aangesloten bakkers, de in 1940 bij de
bom op de sluisput omgekomen Jan Koopmans, was
een enthousiast amateur- fotograaf. De
glasplaten die hij gebruikte zijn bijzonder goed
bewaard gebleven.
Hierbij zien
we een opname die hij binnen in de
banketbakkerij maakte. De opname is gemaakt
voor de brand in 1938. Bij de werkbank op de
voorgrond staat de speculaassnijmachine. Wat
meer naar rechts de amandel persmachine waarin
de spijs voor letters en kransen werd gemaakt.
Alles verbonden met het drijfwerk aan de zolder.
Verder veel voor mij herkenbare voorwerpen zoals
spuitzakken en bekkens die aan de oven hangen te
drogen, op de achtergrond het aanrecht met
spoelbak met daarboven een plank waarop
verschillende spuitjes hangen. De trap naar de
bovenverdieping. Door een deal met de
verzekering werd die na de brand niet weer
opgebouwd. Van het daarmee bespaarde geld werden
alle muren betegeld.