|
LEMMER –
Zondagmiddag. Vrijdag voor een week heb ik
mijn garage in het Achterom verkocht. Een
gebouwtje waar ik veel herinneringen aan
heb. Eind veertiger jaren door mijn ouders
gekocht van Seerp de Blauw. Voor 1200
gulden. Met hun en mijn spaargeld en steun
van mijn grootouders kon het betaald worden.
Voor het
gekocht werd had mijn vader het jarenlang
gehuurd van De Blauw voor 50 cent per week.
In de oorlog moesten we de ruimte delen met
Albert Bosma die er bouwmateriaal, meest
hout, in opsloeg. Waarschijnlijk spul dat
aan het oog onttrokken moest worden tot er
betere tijden aanbraken. In de nacht van de
Bevrijding kwam er een granaat op het huisje
erachter neer. Die sloeg meteen een gat in
de achtermuur en het dak van het pakhuis.
Toen de
diepvriestechniek kwam kregen we een
diepvries in het Achterom zodat er altijd
ijsvoorraad was en we niet meer als het
druk liep met de verkoop moesten wachten tot
er uit Heerenveen nieuwe voorraad gebracht
werd.
Na een paar
jaar kwam de Keuringsdienst. Er mankeerde
niets aan het bewaren van het ijs maar
volgens de regeltjes mocht het zo niet. Het
stond in dezelfde ruimte waar de visbakfiets
en andere materialen stonden. Al het andere
moest eruit of er moesten twee ruimten van
gemaakt worden. We kozen voor het laatste.
Vier
timmerlui werden gevraagd om prijsopgave:
Willem de Blauw als goede vriend van mijn
vader, Stoffel Hornstra als buurman naast
wat we toen nog het pakhuis noemden en
Albert Visser en Romke de Jong als
winkelklanten. Hornstra werd winnaar en
voerde het werk uit.
De sanering
van het Achterom begon en de Gemeente
Lemsterland wilde ook ons pandje kopen en
afbreken. Wij konden het niet missen, de
meeste activiteiten van vader waren wel
afgelopen maar toch konden we niet zonder
deze ruimte voor het ijs. Het voornaamste
doel van de Gemeente was om ruimte te
krijgen voor het achterom bevoorraden van de
winkels die toen aan de Vissersburen gebouwd
werden.
In overleg
kwamen we tot een oplossing. De Gemeente
kocht anderhalve meter in de lengte en het
stukje losse grond. Dan konden de plannen op
de Vissersburen doorgaan en wij kregen een
vergoeding voor de verbouwing.
De anderhalve
meter ging eraf en ook de het puntdak moest
dus verdwijnen. We lieten er meteen een
klapdeur in maken zodat ik de auto er kon
stallen en de huur van een box van
gebroeders Gort kon opzeggen.
Auto en
bakfiets hebben onderdak bij kennissen
gevonden. De bakfiets wordt door de
Oudheidkamer gebruikt met het Nazomeren.
Maandagmorgen ging ik het bestuur vertellen
hoe het opbergen van de bakfiets geregeld
was. Meteen kreeg ik de vraag of er anders
nog wat van hun gading in stond. Dat was
best mogelijk, ik wist ook niet meer wat we
er allemaal in de loop van de jaren naar toe
hadden gebracht.
Dinsdagmiddag
ben ik met vier van de bestuursleden er heen
geweest om alles door te sneupen. Voor de
Oudheidkamer leverde het weinig op maar de
toekomstige eigenaar bleek ook gek op oude
spullen te zijn en de bakkerijweegschaal en
een oude schrijfmachine staan nu al in zijn
winkel als decoratie. |